Door Anthon Casperson
F04 OPINIE Windsnelheid B HeusDe distributienetbeveiligingen moeten up-to-date zijn zodat de productie-eenheden in het systeem beveiligd zijn tegen de variabiliteit van de RES-productie (Renewable Energy Sources). Een van de rapporten van de black-outs van 2023 had dit al geconcludeerd en Aqualectra geadviseerd hieraan te werken. Volgens mij is dit rapport nog steeds te vinden op de website van Aqualectra. Overigens dit was vroeger wel een modus operandi van Aqualectra. Met andere woorden: windsnelheid had niet de bepalende factor mogen zijn voor deze black-out.

Netsimulaties
Bij het inpassen van massaal RES in het distributiesysteem, is het noodzakelijk om de dynamiek van het net continu te monitoren en te simuleren. Op basis van deze studies zullen de beveiligingen van het net constant aangepast en geüpdatet moeten worden. Dus indien dit het geval was, dan had men vermoedelijk deze black-out kunnen voorkomen. Hoogstens wel situaties van ‘loadshedding’ ingeval van tijdelijk tekort aan productiecapaciteit.

Betrouwbare productiecapaciteit
Het feit dat de wederopbouw van het net vanaf 3.00 uur vanochtend lange tijd niet volledig is gelukt, zal vermoedelijk liggen aan onvoldoende beschikbaar betrouwbare capaciteit. Ik haal dit niet uit de persconferentie. RES-productiecapaciteit kan niet gerekend worden tot beschikbaar betrouwbare productiecapaciteit.

BESS
Nutsbedrijven voor eilandsystemen zoals de onze, gebruiken BESS (Battery Energy Storage System) juist om de variabiliteit van RES-productie op te vangen en niet om de volledige belasting op een bepaald moment te voorzien, dit nog steeds met de juiste netbeveiligingsinstellingen.
De stelling van de persconferentie van gistermiddag dat indien de BESS voorhanden zou zijn geweest, we geen black-out zouden hebben gehad, houdt dus geen stand. Willen wij betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening, dan zal het systeem, voor een eiland als het onze, naast de RES-productie en de BESS, nog steeds voldoende conventionele betrouwbare productiecapaciteit beschikbaar moeten hebben. Ik hoorde uit de persconferentie niet of dit het geval is, of juist niet.

Utility basics
‘Utility basics’ leert ons dat je deze zaken redelijk precies kan projecteren voor een kalenderjaar, aangezien de twaalf maanden ‘loadprofile’ van Curaçao een stijgend gegeven is. De verwachtte maximale piekbelasting in een maand kan best redelijk nauwkeurig worden geprojecteerd.
Met andere woorden: men kon tijdig vooraf nagaan of wij in deze periode voldoende betrouwbaar productievermogen zouden gaan hebben of juist niet. Indien niet, dan had men bijvoorbeeld tijdelijke productiecapaciteit moeten inhuren om de periode te overbruggen. Dit is namelijk goedkoper voor de gemeenschap dan een hele dag geen bedrijvigheid op het eiland.

Toezicht
De regulator van Curaçao heeft hier ook een taak in, aangezien die moet toezien dat onze gemeenschap een betrouwbare elektriciteitsvoorziening gaat hebben in het komend jaar. En of de onderneming de gestelde targets haalt.
De raad van commissarissen (RvC) van de onderneming heeft hierbij ook een verantwoordelijkheid door erop toe te zien dat de jaarplannen en budgetten enzovoorts goed doordacht en uitgewerkt zijn op grond van deze ‘utility basics’.

Respect
Ik heb altijd veel respect voor de mensen van Aqualectra, vooral in tijden van spanning en calamiteiten, hoe ze alsmaar doorwerken om de problemen op te lossen. Aan hen wens ik veel sterkte en wijsheid toe.
Ik schrijf dit commentaar niet om beleidsbepalende functionarissen af te vallen. We moeten de zaken wel goed uitleggen en de juiste conclusies trekken en de waarheid op een transparante wijze aan de gemeenschap uitleggen. Als we dit niet inzien, zullen we als gemeenschap nooit de ‘next level’ bereiken. Ik ben altijd bereid om mee te denken en zonder voorwaarden advies te geven.

De auteur, Anthon Casperson, is een voormalig ceo van nutsbedrijf Aqualectra.

De bewaring van waarde; over ransomware en ethisch hacken

Door Dwight Isebia
De recente ransomware-aanval op de Belastingdienst van Curaçao markeert een keerpunt in het bewustzijn van onze digitale kwetsbaarheid. Voor een eiland dat zichzelf beschouwt als digitaal vooruitstrevend, is het een pijnlijke wake-up call. Financiënminister Javier Silvania sprak terecht over het ‘tijdelijk platleggen’ van een vitale overheidsdienst. Tegelijkertijd werd snel hulp ingeroepen van Nederland en dat onderstreept dat de capaciteit op het eiland nog niet op peil is of dat de beslissers de beschikbare capaciteit niet willen of kunnen inschakelen.
Een paar dagen eerder werd trouwens ook het Openbaar Ministerie (OM) in Nederland uit voorzorg losgekoppeld van het internet na een aanval waarbij vermoedelijk Russische hackers vertrouwelijke documenten buitmaakten. De systemen liggen nu nog stil en de schade - operationeel, financieel en vertrouwensmatig - zal naar verwachting fors zijn.opinie

Curaçao is geen uitzondering
We kunnen niet langer doen alsof de digitale dreiging iets is dat ‘elders’ gebeurt. Grote cyberaanvallen zijn aan de orde van de dag:
- Colonial Pipeline (VS, 2021): Russische hackers van DarkSide legden de grootste pijpleiding van de VS lam. Brandstofprijzen stegen. Paniek sloeg toe. Uiteindelijk werd 4,4 miljoen dollar losgeld in bitcoin betaald.
- Maersk (Denemarken, 2017): Door de NotPetya-malware verloor de rederij wereldwijd toegang tot systemen. Schade: ruim 300 miljoen dollar. De aanval kwam via Oekraïne maar trof wereldwijd bedrijven.
- Sony Pictures (VS, 2014): Noord-Korea wordt verantwoordelijk gehouden voor de aanval op Sony na de aankondiging van een film over Kim Jong-un. Er werden gevoelige e-mails, salarisinformatie en films gelekt.
- Indiase kerncentrale Kudankulam (2019): Door een besmetting met malware afkomstig uit Noord-Korea kwam kritieke infrastructuur in gevaar - wat pas later werd toegegeven.

Waarom belangrijk voor Curaçao?
Curaçao mag dan geografisch klein zijn, digitaal is het eiland onderdeel van een grenzeloze infrastructuur. Onze systemen - van belastinginning tot ziekenhuisdossiers en luchthavencommunicatie - zijn verbonden met internationale netwerken. Dat maakt ons kwetsbaar voor cybercriminelen die géén grenzen erkennen. Daarnaast is er het economische aspect: Curaçao streeft naar innovatie in digitale dienstverlening, fintech en zelfs e-governance. Als wij vertrouwen willen opbouwen - bij burgers én buitenlandse investeerders - dan moet cyberveiligheid daar integraal deel van uitmaken.
Ik heb de indruk dat er voldoende deskundigheid op het eiland aanwezig is. Als dat niet voldoende zichtbaar is, zal de deskundigheid beter in kaart moeten worden gebracht. Het is zonde van de tijd en het geld als er telkens mensen van buiten ingeschakeld worden.

Onmisbare rol ethische hackers
Hier komen ethische hackers zoals die van het Curaçaose Tozetta om de hoek kijken. Zij proberen niet om schade aan te richten, maar om onze digitale zwakheden bloot te leggen voordat kwaadwillende dat doen. Uit eerder onderzoek van Tozetta blijkt dat verschillende Curaçaose instellingen, waaronder publieke diensten, nog steeds kritieke kwetsbaarheden hebben in hun digitale infrastructuur. Tozetta speelt een cruciale rol in: het uitvoeren van penetratietests; het trainen van personeel in cyberbewustzijn; het adviseren over veilig softwaregebruik; het simuleren van phishingaanvallen voor het creëren van awareness onder het personeel.
Hun werk is onmisbaar voor het bouwen van een solide digitale verdedigingslinie. Het is echter nog altijd zo dat er organisaties op Curaçao zijn die niet begrijpen dat ze voor hun veiligheid deskundigen moeten inschakelen en dat zij die veiligheid ook periodiek moeten testen.

Nationaal centrum cybersecurity
Zoals ik eerder betoogde in ‘Formules voor vooruitgang’, is er behoefte aan een Centrum voor Cybersecurity op Curaçao - een intersectorale organisatie die kennis, beleid en strategie samenbrengt. Dit centrum zou zich moeten richten op: 1. Preventie: onderzoek, audits, ethical hacking en gedragsanalyse; 2. Educatie: trainingen voor overheden, bedrijven en burgers; 3. Incident response: een snellere, gecoördineerde reactie op dreigingen; 4. Internationale samenwerking: koppeling met NCSC (Nederland), CIRT Caribisch gebied, en relevante VS-partners; 5. Cyberwetgeving: implementatie van duidelijke, handhaafbare normen voor gegevensbescherming en incidentmelding.
Zonder deze centrale aanpak blijven we afhankelijk van ad-hoc maatregelen en geïmproviseerde reacties.

Digitale voorhoede: van regulering tot autonomie
Naast weerbaarheid, vraagt de toekomst ook om visie. En die visie moet anticiperen op meer dan alleen cyberaanvallen. De digitale economie ontwikkelt zich razendsnel met cryptocurrency als een van de meest disruptieve componenten.
Crypto: Kans én risico. Curaçao beschikt over het potentieel om een regionaal fintech-knooppunt te worden. We hebben de geografische ligging, het juridisch kader van het Koninkrijk en een meertalige, technisch vaardige bevolking. Maar dan moeten we ophouden met toekijken en beginnen met reguleren. Cryptovaluta zoals Bitcoin, Ethereum of stablecoins kunnen Curaçao economische kansen bieden, mits onder strikt toezicht: Terrorismefinanciering en witwassen zijn risico’s die zonder regulering onvermijdelijk worden. Hier wordt echter al aan gewerkt; een nationaal crypto-framework, geïnspireerd op Europese MiCA-richtlijnen, zou bedrijven duidelijkheid geven en investeerders aantrekken; de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) heeft hier een unieke rol: als toezichthouder én aanjager van vernieuwing. CBCS zou kunnen overwegen een crypto-gebaseerde exchange op te zetten of te faciliteren - mét volledige KYC/AML-compliance en monitoring.
In zo’n digitale infrastructuur is cybersecurity echter geen randvoorwaarde, maar een fundament. Een digitale munt zonder bescherming is als een kluis zonder slot.

Cybersecurity als economische motor
Beveiliging is niet alleen een kostenpost - het is een groeisector. Als Curaçao erin slaagt om een Cybersecurity Centre of Excellence op te zetten, kunnen we: een Caribisch kenniscentrum worden voor digitale veiligheid; specialisten opleiden en exporteren; de economie diversifiëren naar hightech dienstverlening; investeringen aantrekken van bedrijven die waarde hechten aan veilige data-infrastructuur.
Denk aan samenwerking met universiteiten (UoC), private partners (zoals Tozetta en andere Curaçaose deskundigen) en overheidsorganisaties. Denk aan stimuleringsregelingen voor bedrijven die investeren in digitale veiligheid. Denk aan een publiek bewustzijn dat digitale geletterdheid ziet als net zo belangrijk als taal of rekenen.

Van alertheid naar leiderschap
De aanval op onze Belastingdienst had erger kunnen zijn. De aanval op het OM in Nederland ís erger. Wereldwijd is het patroon duidelijk. Curaçao moet deze signalen niet alleen interpreteren, maar ook internaliseren: wij zijn niet te klein om een doelwit te zijn, maar wij zijn te klein om niet met anderen samen te werken voor onze beveiliging. Als we dat begrijpen kunnen we onze digitale infrastructuur niet alleen beschermen maar ook benutten voor welvaart. Dat vraagt politieke moed, visie én samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, onderwijs en civiele samenleving.

De auteur, mr. Dwight P. Isebia, is jurist, ondernemer en schrijver in Nederland en op Curaçao. Hij biedt deze bijdrage aan voor publicatie in het Antilliaans Dagblad.

Door Sheldry Osepa
De afgelopen dagen zijn er opnieuw veel klachten geuit over het Curaçaohuis, het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao, KGMC, in Nederland. Deze week lazen we in de krant (het Antilliaans Dagblad, red.) dat een vakbond (ambtenarenvakbond Abvo, red.) daar de aandacht op heeft gevestigd.
F04 Open brief werknemers Cur huis 1We konden ook lezen over problemen met vreemde betalingen aan een elektrotechnisch bedrijf - het zogenaamde ‘commissieloon’. In de krant werd de naam genoemd van een vrouw die getuigt van vreemde avances. Ook zijn er problemen tussen broers (Gevolmachtigde minister Carlson Manuel en zijn eerder door hem in dienst genomen broer Carlton Manuel, red.) die het functioneren van het Curaçaohuis belemmeren, en nog veel meer.
Verder is bekend dat de officiële directeur van het Curaçaohuis, de heer Xavier Prens, problemen kreeg met de leiding daar, waardoor Prens sinds 2023 thuiszit met behoud van salaris zonder te werken. Jullie die daar werken, zien elke dag met eigen ogen alles wat er gebeurt.
Onlangs hebben wij als oppositie veel vragen gesteld aan de regering over de situatie bij het Curaçaohuis. Zoals jullie zelf kunnen zien, is er niets veranderd. De situatie is alleen maar verergerd. De politieke realiteit maakt duidelijk dat er ook niets zal veranderen. Jullie zijn simpelweg aan jullie lot overgelaten. Aangezien de huidige regering niets zal doen om verandering te brengen, is het verstandig om een aantal punten van arbeidgerelateerde overleving met jullie te delen:
1. In de eerste plaats heeft een werknemer de wettelijke plicht zich te gedragen als een goede werknemer, terwijl ook de werkgever zich moet gedragen als een goede werkgever. Zorg ervoor dat jullie voldoende bewijs hebben om alle valse getuigenissen tegen jullie te weerleggen;
2. De beschuldigingen van ongewenste avances zijn zorgwekkend. Zorg er daarom voor dat je nooit alleen in het gezelschap bent van iemand die jouw fysieke en emotionele integriteit in gevaar kan brengen;
3. Als de regering, ondanks alles wat er tot nu toe is gebeurd, niets heeft gedaan om het werk en de reputatie van de heer Prens te redden - die al meer dan twee jaar thuiszit met behoud van salaris - dan is de kans klein dat zij iets voor jullie zal doen. Realiseer je dit en pas je verwachtingen aan op deze bittere realiteit;
4. Als Statenlid/parlementariër van de oppositie zullen wij vragen stellen en binnenkort met een motie komen, maar blijf hoe dan ook strijden voor gerechtigheid, ook al raakt jullie hoop op;
5. Wees nooit bang;
6. De minister die verantwoordelijk is voor het Curaçaohuis is de minister-president. Ook al hebben jullie hem op de juiste manier geïnformeerd en doet hij niets aan de situatie, blijf hem wijzen op de grote verantwoordelijkheid die het volk van Curaçao in zijn handen heeft gelegd;
7. Mediteer en bid, wanhoop niet. Mensen kunnen van alles doen, maar het is God die beschikt. Soms komt verandering op manieren die je niet verwacht. Uiteindelijk zal alles ten goede uitpakken.

F04 Open brief werknemers Cur huis 2In onze mooie taal Papiaments hebben we een zeer krachtig gezegde: ,,Yoradó no ta yora largu (Een huiler huilt niet lang)”. En in het Spaans: ,,No hay mal que dure cien años, ni cuerpo que lo resista (Er is geen kwaad dat honderd jaar duurt, noch een lichaam dat het volhoudt).” Zorg dat je bewijzen op orde zijn. Geef geen enkele machthebber het genoegen jou je positie te laten verliezen.
Van onze kant blijven wij ons uiterste best doen om te strijden voor jullie welzijn en het algemeen belang van ons geliefde eiland Curaçao. Veel kracht in deze moeilijke momenten. Jullie kunnen altijd op ons rekenen.

De auteur, de jurist Sheldry Osepa, is Statenlid voor de oppositiepartij PNP in het Curaçaose parlement. Van oktober 2010 tot februari 2013 was Osepa namens de MFK de eerste Gevolmachtigde minister van het Land Curaçao. Hierna hervatte hij zijn werk als advocaat op Curaçao. Medio 2017 sloot Osepa zich aan bij de PNP, waarvoor hij sinds 2021 in het Staten van Curaçao kwam. ‘Uw dualist om u te beschermen’, is de leuze op zijn briefpapier als gekozen volksvertegenwoordiger, verwijzend naar de tijd dat Osepa - ook toen hij deel uitmaakte van de vorige coalitie - continu kritische vragen stelde.

Noot redactie:
De heer Osepa reageert op publicaties van (onder meer) het Antilliaans Dagblad.
- Eerst op 19 juni 2025: ‘Chaos in Curaçaohuis’, met gedetailleerde en tot nu toe onweersproken informatie. Gevolmachtigde minister Carlson Manuel (MFK) reageerde niet inhoudelijk, maar stelde op Facebook slechts dat ‘politiek helaas ook zwarte kanten heeft’.
- Deze krant kwam vervolgens op 21 juni met een redactionele analyse ‘Gevmins in de knel’ mede omdat - toeval of niet - voormalig Gevmin van Aruba in Den Haag, Guillfred Besaril (MEP), in diezelfde week door de rechter in Oranjestad was veroordeeld voor ambtelijke verduistering en misbruik van zijn functie.
- Deze week, op 9 juli, publiceerde het Antilliaans Dagblad het bericht ‘Nog geen rust in Curaçaohuis’, mede naar aanleiding van allerlei wisselingen van (waarnemend)-directeuren in het KGMC én een bezorgde brief die vakbond Abvo aan Gevmin Carlson heeft gestuurd: ,,Namens het bestuur van de Algemene Bond van Overheid en overig personeel (Abvo) willen wij u benaderen met het verzoek om een gesprek naar aanleiding van signalen van ongerustheid die wij hebben ontvangen van enkele van onze leden die werkzaam zijn bij de vertegenwoordiging van Curaçao in Nederland.” @tekst:Deze brief is overigens van vóór de publicaties, namelijk van mei 2025.
En kwam geen reactie van het KGMC op deze publicaties; tegenover een ander medium verklaarde Manuel: ,,Zelfs de Bijbel zegt dat je beste wapen stilte is, en zelfs een dwaas lijkt wijs wanneer hij zwijgt.” Ook de regering in Willemstad, en premier Gilmar Pisas (MFK), onder wie het Curaçaohuis in Den Haag valt, reageerden nog niet. De eerdere schriftelijke vragen van Statenlid Osepa zijn nog onbeantwoord.

Wereld Populatie Dag 2025

Door Jeff Sybesma
Samenvattende conclusie Club van Rome: ,,De mensheid kan niet blijven doorgaan zich met toenemende snelheid te vermenigvuldigen en materiële vooruitgang als hoofddoel te beschouwen, zonder daarbij in moeilijkheden te komen. (…) Dat betekent dat we de keuze hebben tussen nieuwe doelstellingen zoeken teneinde onze toekomst in eigen handen te nemen, of ons onderwerpen aan de onvermijdelijk wredere gevolgen van ongecontroleerde groei.”OPINIEWereldpop
Vandaag, 11 juli 2025, is het Wereld Populatie Dag. De Verenigde Naties riepen deze jaarlijks terugkerende dag in het leven om aandacht te vragen voor de almaar groeiende wereldbevolking en de gevolgen die daarmee samenhangen. De eerste keer dat de VN deze dag uitriep, was in 1989, nadat op 11 juli 1987 de wereldbevolking de grens van vijf miljard mensen passeerde. Nu, iets meer dan dertig jaar later, stevenen we af op een verdubbeling van dat aantal. Het is zinvol om ons af te vragen hoe lang deze groei nog kan doorgaan. Immers, op een aarde met een vast oppervlak, eindige grondstoffen en demografische spanningen - vandaag de dag zijn er meer vluchtelingen dan ooit - zal die groei vroeg of laat op grenzen stuiten. Of eigenlijk: die grenzen worden al overschreden.
Al in 1972 schreef de Club van Rome een wetenschappelijk rapport getiteld ‘De draagkracht van onze aarde’. Dit rapport sloeg destijds in als een bom, maar leidde niet tot ingrijpende veranderingen. Nu, ruim vijftig jaar later, is het nog steeds actueel, hoewel de oorspronkelijke voorspellingen zijn bijgesteld op basis van betere uitgangsgegevens en veronderstellingen.
Wat mij vooral opvalt, is dat de discussie van toen ook nu nog volop doorgaat. Nog altijd is er sprake van een debat tussen ecologen en economen: twee groepen die fundamenteel anders naar dit vraagstuk kijken. Ecologen richten zich op ecologische processen, waarbij indicatoren als milieuvervuiling en natuuraantasting centraal staan. De daaruit voortvloeiende gevolgen, zoals klimaatverandering, kustafslag en overstromingen, veroorzaken schade aan mens en goed door steeds extremer orkaangeweld, hittegolven, enzovoort. Daar komt bij dat, met een steeds verder groeiende bevolking, die gebruikmaakt van de beste delen van de aarde - bedenk: een groot deel van de aarde is onbewoonbaar, zoals oceanen, woestijnen en gebergten -, de gevolgen steeds ernstiger worden. Deze effecten doen zich steeds vaker voor, waardoor voorspellingen geen theoretische exercities meer zijn.
Daartegenover staan de economen. Zij gaan uit van een inherente zelfregulerende werking van het economische systeem, zoals door Adam Smith geponeerd. Als goederen in overvloed zijn - water, lucht, grond - dan hebben ze economisch geen betekenis. Maar zodra deze goederen schaars worden, ontstaat er concurrentie, wat leidt tot efficiënter gebruik en het zoeken naar alternatieven. Neem olie als voorbeeld. Nu deze energiebron begint op te raken, dan wel steeds duurder wordt, zien we dat eerst de efficiëntie van het gebruik verbetert - denk aan de veel zuinigere benzinemotoren van nu - en dat vervolgens alternatieve energiebronnen worden aangeboord, zoals zonne- en windenergie. Met verbeterde opslagmogelijkheden neemt de elektrische auto langzaamaan de plaats in van de benzineauto. Elk probleem lost zich uiteindelijk zelf op, aldus de economen. Kortom, ecologen en economen benaderen het probleem verschillend, en dat leidt tot voortdurende botsingen. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat niet alle economen op dezelfde manier denken.
Wat betreft Curaçao komt dit verschil mooi tot uiting in recente artikelen in de krant. Allereerst de artikelen: ‘Tijd voor ingrijpen’ (AD, 12 juni 2025) en ‘Woningmarkt kraakt in zijn voegen’ (AD 1 juli 2025). De auteur van deze opinies, een econoom, pleit voor overheidsingrijpen in de huidige wildgroei op de vastgoedmarkt als gevolg van de enorme toeristische ontwikkeling die Curaçao momenteel doormaakt. De kern van het betoog is dat de eenvoudige ‘Yu di Kòrsou’ op zijn eigen eiland steeds meer buitenspel komt te staan, doordat de prijzen voor huren en kopen zo sterk stijgen onder invloed van externe factoren dat zij buiten de boot vallen.
In een reactie (AD, 28 juni 2025) van een groep die zich ‘Denktank Ekonomia di Kòrsou’ noemt, blijkt dat deze juist géén voorstander is van overheidsregulering. Men pleit voor het zo vrij mogelijk laten functioneren van de markt. En als de overheid al zou willen ingrijpen, dan slechts ter ondersteuning van een nóg betere marktwerking. Hun uitgangspunt is: een vrije markt leidt tot economische investeringen, wat leidt tot meer werk en inkomen, daardoor meer belastinginkomsten en daarmee een beter leven voor eenieder.
Het is niet aan mij om het juiste antwoord te geven in deze discussie, maar ik kan mij goed voorstellen dat een middenweg - waarin de denkbeelden van gematigde economen/ecologen en vrije-markt-economen elkaar vinden - wellicht de enige oplossing is voor het geschetste probleem.
Terug naar het hoofdthema van deze opinie: de bevolkingsgroei. Interessant is namelijk dat Curaçao afwijkt van de wereldwijde tendens van progressieve groei. Ook moet eerlijk worden gezegd dat de wereldwijde bevolkingsgroei inmiddels overal afneemt; in sommige landen zelfs zo sterk dat alarm wordt geslagen, omdat sociale systemen tot nu toe waren gebaseerd op groei. Denk aan de algemene ouderdomsverzekering (aov) en collectieve pensioenstelsels. Naast afname in groei - c.q. jonge belastingbetalende arbeidskrachten - vindt ook een toenemende veroudering plaats. Op Curaçao echter schommelt de bevolkingsomvang al jaren rond de 150.000 inwoners. In de jaren tachtig lag het aantal al op 150.000 en rond het jaar 2000 was het zelfs gedaald naar 130.000. Daar zijn uiteraard goede redenen voor aan te wijzen: push en pull factoren als betere studie- en werkmogelijkheden, betere salarissen en voorzieningen, etc. En ook op Curaçao zien we een veroudering van de bevolking die meer kost dan opbrengt. Nu het toerisme en de daarmee samenhangende bouwsector een enorme vlucht nemen, en lokale arbeidskrachten ontbreken - er is inmiddels een tekort van circa 3.000 personen - heeft de overheid, op dringend verzoek van het lokale bedrijfsleven, de toegang voor buitenlandse arbeidskrachten versoepeld. Dit is een verstandige stap, want zelfs zonder deze coulantie zouden deze mensen nodig zijn, met als gevolg dat hun komst op illegale wijze plaatsvindt. Met de daarmee gepaard gaande negatieve effecten.
Ik eindig zonder conclusie, want het onderwerp van de wereldbevolking en daarmee samenhangende effecten is te complex om in een korte opinie te behandelen. Zelfs op het niveau van Curaçao is het al ingewikkeld genoeg. Maar door aandacht te vragen voor deze complexiteit, wil ik voorkomen dat we in slaap sukkelen en zorgen dat we gezamenlijk actief blijven zoeken naar de best mogelijke oplossingen voor ons allen op dit mooie eiland.


Dr. Jeff Sybesma is bioloog én jurist. Hij is lid van de Raad van Advies Curaçao, parttime docent staats- en bestuursrecht én milieurecht. Ook is hij bijzondere rechter in ambtenaren en sociale zaken. Deze bijdrage is op eigen titel geschreven.

Ter nagedachtenis aan Eugene Thomas, vader van Miss Curaçao Camille Thomas

Door Jada Blomont

,,Zonder mij red jij het nooit.”
,,Niemand zal jou ooit geloven.”
,,Je bent ziek in je hoofd.”
,,Als jij vertrekt, maak ik er een einde aan.”
OPINIEJadaDeze uitspraken lijken misschien onschuldig. Maar binnen relaties waar één persoon de ander systematisch controleert en mentaal sloopt, kunnen ze dodelijk zijn. Niet met geweld, maar langzaam, dag na dag.
Op Curaçao erkennen we fysiek geweld in relaties als strafbaar. Maar voor deze vorm van structureel psychisch geweld, ook wel ‘coercive control’ genoemd, is nauwelijks juridische aandacht. Zeker niet wanneer het slachtoffer uiteindelijk de enige uitweg ziet in zelfdoding. En dat is een probleem waar we dringend over moeten praten.

De onzichtbare wond
Iedereen kent het beeld van een slachtoffer van huiselijk geweld: blauwe plekken, gebroken botten, angstige ogen. Maar wat als het geweld geen sporen op het lichaam achterlaat, alleen op de geest? Wat als iemand dagelijks wordt vernederd, geïsoleerd en afhankelijk gemaakt?
Deze vorm van psychische mishandeling gebeurt vaker dan we denken. En het is vaak moeilijk te herkennen, door omstanders én door het slachtoffer zelf. Wie jarenlang wordt gemanipuleerd, klein gehouden en geïsoleerd, verliest soms het vermogen om de situatie te beoordelen. Tot het te laat is.
De tragiek is dat veel van deze mensen nergens terechtkunnen. Ze krijgen te horen dat ze ‘gewoon kunnen weggaan’, dat het ‘geen misdrijf’ is, of dat het ‘allemaal tussen vier muren is gebeurd’. Maar wie echt begrijpt wat coercive control is, weet: het is een langzaam vergif. En in sommige gevallen eindigt het dodelijk.

Een echte casus, een stille tragedie
Een schrijnend voorbeeld komt van Camille Thomas. Velen kennen haar als de pas verkozen Miss Curaçao. Maar achter haar glimlach en podiumkracht schuilt een diep persoonlijk verlies. Haar vader, Eugene Thomas, overleed anderhalf jaar geleden door zelfdoding. Hij was jarenlang vermoedelijk slachtoffer van geestelijke mishandeling. Geen klappen, geen blauwe plekken. Maar een dagelijkse stroom van vernedering, isolatie en psychische druk die hem langzaam brak.
OPINIEMissCamille zag van dichtbij hoe haar vader veranderde van een trotse, warme man tot iemand die zichzelf volledig kwijtraakte. Op een dag was hij er niet meer. Wat overbleef, was verdriet, ongeloof en diepe frustratie. Niet alleen vanwege zijn dood, maar ook door de juridische leegte die daarop volgde. Er bleek geen wettelijk kader waarin dit onrecht paste. Geen strafbaar feit. Geen vervolging. Geen gerechtigheid. De dood van Eugene werd afgedaan als ‘zijn eigen keuze’. Maar iedereen die hem kende, wist beter.
Voor Camille was dit onaanvaardbaar. In de nasleep van het verlies besloot ze in actie te komen. Ze zette zelf de eerste lijnen uit voor een wetsvoorstel om structureel psychisch geweld strafbaar te stellen. Dat voorstel deelde ze met ons kantoor, Murray Attorneys at Law. Samen hebben ze het verder uitgewerkt. Haar persoonlijke strijd werd zo het begin van een bredere juridische en maatschappelijke beweging.

Het juridische gat
In ons strafrecht bestaat er geen bepaling die specifiek structureel psychisch geweld strafbaar stelt. In theorie kun je via het artikel over mishandeling een poging doen om geestelijke schade aan te tonen. Maar de drempel is hoog, en bewijs is zeldzaam. Zeker als het slachtoffer niet meer leeft.
Een andere optie is het artikel over hulp bij zelfdoding, maar dat gaat alleen over situaties waarin iemand actief wordt geholpen bij of aangespoord tot suïcide. Jarenlange geestelijke onderdrukking? Dat valt er niet onder.
Daarmee ontstaat een leegte: wie iemand psychisch breekt tot de dood erop volgt, hoeft juridisch niets te vrezen. Dat is niet alleen een juridisch probleem, maar ook een morele blinde vlek.

Bewustwording en verandering
We moeten durven zeggen dat ook psychisch geweld ernstig is. Dat het net zo beschadigend kan zijn als fysiek geweld. En dat het, in de ernstigste gevallen, mensen het leven kan kosten.
De eerste stap is bewustwording. Dat begint bij het herkennen van patronen: controle over geld, isolatie van vrienden, constante kritiek, dreigementen, schuldgevoel inprenten, emotionele chantage. Dit zijn geen normale relatieproblemen. Het zijn tekenen van een dieper probleem.
De tweede stap is maatschappelijke erkenning. Erkenning dat deze vorm van geweld niet privé is, maar publiek. Dat het niet ‘tussen twee mensen’ blijft, maar impact heeft op families, kinderen en de samenleving als geheel.
De derde stap is wetgeving. Als samenleving kunnen we het ons niet veroorloven om weg te kijken terwijl mensen systematisch geestelijk worden ondermijnd, zonder dat daar juridisch tegen kan worden opgetreden. Een wettelijke basis is noodzakelijk om deze vorm van ernstig misbruik te benoemen, te signaleren en - waar nodig - te sanctioneren.
Een dergelijke wet bestaat al in landen als het Verenigd Koninkrijk. In Nederland wordt eraan gewerkt. Maar zelfs daar wordt het effect op suïcide nauwelijks benoemd. Curaçao kan hierin een voortrekkersrol spelen door te erkennen dat psychisch geweld soms ook dodelijk kan zijn.
Een dergelijke wet moet uiteraard zorgvuldig worden vormgegeven. Het gaat niet om het strafbaar stellen van elke ruzie of elk verwijt. Het gaat om langdurige patronen van controle en vernedering. Er moet gekeken worden naar bewijs, zoals berichten, verklaringen van hulpverleners of bekenden, dagboekfragmenten.
Daarnaast kan de wet voorzien in bredere maatregelen: voorlichting op scholen, training voor politie en hulpverleners, betere opvang voor slachtoffers, en psychologische begeleiding voor daders.

De nasleep voor wie achterblijft
Psychisch geweld stopt niet bij het slachtoffer. Het laat diepe sporen na bij de mensen die achterblijven. Kinderen die hun ouder verliezen aan suïcide dragen een last die levenslang kan doorwerken: schuldgevoelens, verdriet, onzekerheid. Het gevoel dat er niemand was die hen of hun ouder beschermde. Voor Camille is het trauma nog vers. Maar ook haar verhaal geeft anderen moed en een stem.

Waarom het ons allemaal aangaat
Sommige mensen zullen zeggen: ,,Moeten we nou alles strafbaar maken?” Of: ,,Dit is toch privé?” Maar wie goed kijkt, ziet dat psychisch geweld geen randverschijnsel is. Het zit overal. In alle lagen van de bevolking. En de gevolgen zijn verwoestend: depressie, angststoornissen, suïcide.
Wie iemand fysiek tot de dood brengt, wordt vervolgd. Waarom zouden we dan niets doen als iemand geestelijk tot het uiterste wordt gedreven?
We zeggen vaak dat woorden geen wapens zijn. Maar dat is niet altijd waar. Woorden kunnen beheersen, breken, isoleren. En soms, als niemand ingrijpt, kunnen woorden doden.

De auteur, mr. Jada Blomont, is advocate bij Murray Attorneys at Law en legt zich, naast haar dagelijkse praktijk, samen met Camille Thomas en ondersteund door mr. Mirto F. Murray, toe om pro bono een wetsvoorstel waarin psychisch geweld strafbaar wordt gesteld te concipiëren en te zijner tijd aan te bieden aan de minister van Justitie.

Grote zorgvuldigheid
Dit artikel is met grote zorgvuldigheid tot stand gekomen. Het verhaal van Eugene Thomas is gedeeld met uitdrukkelijke toestemming en medewerking van zijn dochter Camille Thomas en andere naaste familieleden. Namen en gebeurtenissen die betrekking hebben op de familie Thomas zijn waarheidsgetrouw weergegeven, met respect voor de overledene en zijn nabestaanden. Het doel van deze bijdrage is bewustwording en maatschappelijke erkenning van een vorm van misbruik die vaak onzichtbaar blijft, maar levens ontwricht en soms beëindigt.

Week toppers

Het Antilliaans Dagblad is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire en Aruba. Op Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba, alsmede in Nederland en andere landen is een online-abonnement eenvoudig mogelijk via online.ad.cw

antdagblad-logo


Print-abonnee worden of voor meer algemene informatie? Stuur dan een mail naar algemeen@antilliaansdagblad.com. Met naam, adres en telefoonnummer. Abonnementsprijs is XCG 35,00 inclusief OB per kalendermaand. Print-abonneren is alleen mogelijk op Curaçao.