Analyse redactie

Je zou het met alle fratsen van de regering-Pisas rond de controversiële aankoop van Campo Alegre en alle (zure) grappen die erover worden gemaakt, gezien de buitengewoon ernstige situatie waarin de overheidsfinanciën verkeren niet verwachten. Maar het is in zekere zin de week van de waarheid. En het einde van die week nadert in rap tempo.
Het gaat dan om Ennia, maar zeker niet Ennia alléén; ook om het Land Curaçao. Als deadline geldt immers 30 september; zaterdag aanstaande. Tot die tijd hebben politiek Willemstad en Koninkrijksrelaties in Den Haag om er (het liefst samen) uit te komen.ANalyse
Al eerder - een paar maanden terug - voerde de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS), bij monde van president-directeur Richard Doornbosch, de druk maximaal op: resolutie van Ennia (het op een gecontroleerde manier afwikkelen van een financiële instelling die omvalt of dreigt om te vallen) is ‘noodzakelijk en urgent’, namelijk ‘ter voorkoming van een faillissement’. Lange tijd gold het woord faillissement als een soort taboe, om te voorkomen dat het een ‘selffulfilling prophecy’ zou worden, maar inmiddels is een bankroet van deze grootste lokale verzekeraar een reëel scenario.
Er staat daarom nogal wat op het spel: de pensioenrechten van 30.000 polishouders; een voor Curaçaose begrippen astronomische noodlening van Nederland van 1,2 miljard gulden, waarmee het Land financieel compleet vastloopt; en een al dan niet fors hogere rente op de (nu nog renteloze) coronaleningen van 911 miljoen, mochten Curaçao en Nederland het niet alsnog eens worden over de voorwaarden.
Het zal deze week duidelijk worden of Nederland bereid is met gunstiger (lening)condities te komen, om het Land Curaçao in staat te stellen zowel de Ennia-problematiek op te lossen als toekomstige noodzakelijke investeringen te plegen. Zo niet … zullen er offers moeten worden gebracht: door de 30.000 polishouders door middel van een korting; door alsnog een bijdrage vanuit de Centrale Bank CBCS; of door de belastingbetalers door middel van zwaardere (belasting)maatregelen.


Regering Fòrti in de greep van Ennia-lening
Het draait allemaal om Ennia Caribe Leven (ECL) - samen met Ennia Schade en Ennia Zorg eigendom van de Amerikaan Hushang Ansary - dat al langer verre van solvabel is en waarvoor de 96-jarige grootaandeelhouder zowel door de eerste rechter als in hoger beroep door het Hof is veroordeeld, maar desondanks geen cent (terug)betaalt.
Pensioenverzekeraar ECL is ‘systeemrelevant’ in de monetaire unie tussen Curaçao en Sint Maarten ‘en het falen van deze entiteit kan de financiële stabiliteit in gevaar brengen’, zo leest het Antilliaans Dagblad in het ambtelijk Hoofdlijnenakkoord, dat nu ter ondertekening op het bordje van de politieke bestuurders ligt.
ECL en de overige ‘verzekeraars’ en hun directe houdstermaatschappij Ennia Caribe Holding (ECH) en groepsmaatschappij EC Investments (ECI) zijn, op verzoek van de CBCS, met ingang van 4 juli 2018 onder de noodregeling geplaatst, waarbij de CBCS bij uitsluiting alle bevoegdheden van bestuurders en commissarissen van de onder de noodregeling geplaatste entiteiten uitoefent - met uitzondering van het eigendomsrecht van de grootaandeelhouder (Ansary).
De resolutie van Ennia Leven dient plaats te vinden door middel van overdracht aan een daarvan onafhankelijke nieuwe vennootschap en, vanwege de financiële en operationele verwevenheid van ECL met de Ennia-Groep, in de vorm van een resolutie van de Ennia-Groep als geheel. Zo stellen de ambtelijke kopstukken. Deze krant berichtte hier afgelopen week over.
Het Gerecht in eerste aanleg heeft immers overwogen dat het verzekeringsbedrijf van de Ennia-Groep wordt uitgeoefend door de verzekeraars en door ECH en ECI gezamenlijk, waarbij ECI fungeert als een entiteit waarin de onderliggende activa (goeddeels afkomstig uit door verzekeringnemers afgedragen premies) zijn ondergebracht, en waarbij ECI en ECH zich bezighouden met het beheer van de gelden en activa ten behoeve van de verzekeringnemers, verzekerden of andere gerechtigden op uitkeringen.
De Centrale Bank heeft onder meer diverse verhaalprocedures aangespannen tegen de voormalige beleidsbepalers (oud-directeuren en ex-commissarissen, waaronder prominente leden van de lokale samenleving) en de uiteindelijke aandeelhouders van de Ennia-Groep. Het ‘structurele tekort in de beleggingsportefeuille van ECL en doorlopende uitkeringsverplichtingen richting haar polishouders’ maken een resolutie urgent (en anders is een faillissement dus onafwendbaar).
Het Hoofdlijnenakkoord maakt ook melding van het ‘strafrechtelijk’ traject: ,,De CBCS heeft zich ingespannen en zal zich blijven inspannen, zoals door het doen van aangifte, om een strafrechtelijk onderzoek mogelijk te maken naar de verantwoordelijken die het solvabiliteitstekort bij ECL hebben veroorzaakt”, meldt het document.
Curaçao, Sint Maarten en de CBCS zijn al tijden in gesprek over een oplossing in het belang van de ongeveer 30.000 polishouders (plus hun gezinnen) en pensioengerechtigden van ECL. Maar het gaat ook veel verder dan dat: ook om ‘de stabiliteit van het financiële stelsel en ter voorkoming van sociale onrust en daarmee in het algemeen belang’, aldus het akkoord. Een nationale kwestie dus.
De polishouders en pensioengerechtigden zijn grotendeels verspreid over Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden (Caribisch Nederland) en in veel gevallen afhankelijk van een aanvullende pensioenuitkering om - net - boven de armoedegrens uit te komen. ,,Door een korting zouden zij al snel onder die grens komen. Partijen zullen zich daarom tot het uiterste inspannen om deze polishouders en pensioengerechtigden te ontzien.”
Curaçao en Sint Maarten hebben, gelet op het belang van de polishouders en het algemeen belang bij een definitieve oplossing, voor ‘een doorstart als voorkeursroute gekozen’ en daarom richten zij zich samen met CBCS en Nederland op een kapitaalinjectie ten behoeve van Ennia Leven.
Het Hoofdlijnenakkoord dient als basis voor besluitvorming. Daar lijkt het evenwel op vast te lopen. Al eerder sprak premier Gilmar Pisas (MFK) van een ‘ongeoorloofde verbandlegging met de herfinanciering van de liquiditeitsleningen’ (lees: de coronaleningen). Ook gaf hij aan dat met 1,2 miljard gulden aan Ennia-lening de Curaçaose overheidsfinanciën volkomen in de knel komen; iets wat ook het College financieel toezicht (Cft) met klem stelt. De gevolgen zullen ‘economisch, sociaal en politiek catastrofaal zijn’. Pisas schreef zelfs dat partners in het Koninkrijk ‘elkaar niet voor onbehoorlijke keuzes’ moeten stellen. Zijn MFK/PNP-kabinet wil van Nederland een ‘meer sociale benadering’.
Partijen zijn in dit stadium zwijgzaam, maar de komende dagen zal duidelijk moeten worden welke richting het zal opgaan. De uitkomst is bepalend voor Ennia, voor de 30.000 verzekerden en voor ’s Lands financiën in meerdere opzichten: een lagere rente van 3,1 procent, anders op de kortere termijn een al iets hogere rente van 5,1 procent of op den duur een rente van zelfs 6 tot 8 procent en zo ja over een (onhoudbare en onaflosbare) staatsschuld van welke omvang?

Drie scenario’s
Er zijn/lijken drie scenario’s mogelijk:

  1. Een ongecontroleerde afwikkeling: dit komt in feite neer op een afwikkeling zonder externe bijdrage, oftewel een faillissement, met een korting van de pensioenrechten van 80 procent of meer;
  2. Een afwikkeling met een externe bijdrage: dit is een ‘run-off’-scenario, waarbij het bestaande polissenbestand wordt afgewikkeld en er geen nieuwe polissen worden aangegaan. Om te kunnen voorzien in de liquiditeit kunnen er in de beginjaren nog Ennia-activa worden verkocht, maar al gauw zal er een jaarlijkse liquiditeitsbijdrage vanuit de regering (lees: het Land) moeten komen, wat conform eerdere berichtgeving boven de 50 miljoen uitkomt. Onlangs nog meldde staatssecretaris Van Huffelen in de Tweede Kamer dat aan het run-off-scenario per saldo het duurste prijskaartje betreft.


De technische voorzieningen bedragen ongeveer 1,6 miljard. In een run-off wordt geen waarde gecreëerd waarmee de regering haar bijdrage - bij een eventuele verkoop - kan verlagen. Tevens brengt een run-off-scenario additionele risico’s met zich mee, waaronder afvloeiing van personeel en onzekerheid omtrent het veiligstellen naar de toekomst toe van de jaarlijkse liquiditeitsbijdragen, gezien de beperkte bestedingsruimte van de regering evenals de politieke verhoudingen tussen Curaçao en Nederland.

  1. Een doorstart met lening: als gevolg van het Hoofdlijnenakkoord op ambtelijk niveau is Nederland bereid om een lening te verschaffen aan de Landen Curaçao en Sint Maarten van 1,2 miljard (conform de verdeelsleutel bedraagt het Curaçaose deel circa 93 procent). De landen zelf verstrekken vervolgens de geldmiddelen aan Ennia - middels een kapitaalinjectie - en daarmee dragen zij het ondernemingsrisico op deze lening. Met de injectie zal Ennia direct al in het eerste jaar solvabel zijn, evenzo zal het in staat zijn om de rentelasten te kunnen dragen. In eerdere berichtgeving werd nog het lagere bedrag van circa 700 miljoen genoemd, maar in dat scenario werd uitgegaan van een overgangsfase van meer dan tien jaar.



Catch 22
Uit het advies van Cft is duidelijk naar voren gekomen dat de lening voor een doorstart niet zonder gevolgen zal zijn voor de investeringsagenda van de Landen Sint Maarten en - gezien de verdeelsleutel - vooral Curaçao. Daarmee wordt bedoeld dat gezien de rentelastnorm bij de huidige leningsvoorwaarden vanuit Nederland, een herfinanciering van de coronaleningen alsmede een lening voor de Ennia-problematiek, geen tot beperkte ruimte overblijft voor het aangaan van noodzakelijke en duurzame investeringen in publieke voorzieningen.
Een dergelijke ongewenste situatie zal zich naar verwachting op termijn ook voordoen in een run-off-scenario, want bij de inzet van de bestedingsruimte voor jaarlijkse liquiditeitsbijdragen zal dit ten koste gaan van noodzakelijke onvoorziene uitgaven en investeringen.
Kortom: een catch-22-situatie ofwel ‘een onmogelijke situatie’. Het gaat er bij catch-22 vaak om dat een oplossing alleen mogelijk zou zijn als er aan een bepaalde voorwaarde wordt voldaan, maar aan die voorwaarde kan alleen worden voldaan als eerst de situatie wordt opgelost.
De situatie lijkt alleen onoplosbaar als partijen bereid zijn te bewegen; het Land, de CBCS en vooral Nederland. Zo niet, zijn offers onvermijdelijk en dreigen voor Curaçao donkere dagen.

Het Antilliaans Dagblad is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire en Aruba. Op Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba, alsmede in Nederland en andere landen is een online-abonnement eenvoudig mogelijk via www.online.ad.cw.

antdagblad-logo


Print-abonnee worden of voor meer algemene informatie? Stuur dan een mail naar [email protected]. Met naam, adres en telefoonnummer. Abonnementsprijs is ANG 35,00 inclusief OB per kalendermaand. Print-abonneren is alleen mogelijk op Curaçao.