Al het nieuws

Staten Curaçao unaniem: Diverse aandachtspunten Rijkswet Coho

Van een onzer verslagevers
Willemstad - ‘Wall to wall’, ofwel álle 21 Statenleden van Curaçao, hebben de regering-Pisas in een motie verzocht om ‘het pad van heronderhandelingen met de overige regeringen van het Koninkrijk voort te zetten’.

StatenNEWHet gaat dan specifiek om de ‘aandachtspunten’ in verband met het voorstel voor de Rijkswet Coho. Die aandachtspunten worden in dezelfde motie opgesomd en betreffen vooral de in de ogen van het Curaçaose parlement té grote invloed van de Nederlandse minister van BZK (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) in het Caribisch Orgaan voor Hervormingen en Ontwikkeling (Coho).
Verder betreft één van de aandachtspunten dat in verband met Coho ‘een vooraf gedefinieerd kader van de financiële investeringen’, noodzakelijk voor de economische ontwikkeling van Curaçao te garanderen, ontbreekt.
De motie is uniek alleen al omdat deze niet alleen de steun heeft van beide regeringsfracties (MFK en PNP), samen goed voor een meerderheid, maar óók van de complete oppositie (PAR, MAN alsmede de eenmansfracties KEM en TPK). Dat gebeurt niet vaak.
De motie begint met de overweging dat Curaçao voor 911 miljoen gulden aan liquiditeitsleningen kreeg in de periode van de Covid-19-pandemie. Maar merkt vervolgens direct op dat volgens de Raad van State (in de eerste adviesronde) verschillende elementen in de voorgestelde Coho-wet de autonomie van Curaçao aantasten; en dat de Raad van Advies van Curaçao ook op 24 augustus 2021 nog aangaf dat Coho ‘op gespannen voet met het Statuut’ is.
Ook overwegen de 21 Statenleden dat het wetsvoorstel ‘tot nu toe veel consternatie veroorzaakt in onze gemeenschap’. En dat Curaçao dient te voldoen aan de afgesproken hervormingen en zijn verantwoordelijkheden.
De ‘aandachtspunten’ waarover coalitie en oppositie het eens zijn, betreffen zaken als de zetel van Coho, namelijk in Den Haag, wat volgens de motie mogelijk maakt dat de BZK-minister op basis van de ZBO-wet (zelfstandig bestuursorgaan) beleid voor Coho kan uitstippelen. De minister van BZK kan instructies geven aan het orgaan wat betreft onderwerpen die op de Uitvoeringsagenda komen te staan, waaronder de meerjarenbegroting.
Dezelfde BZK-minister stelt het bureau aan dat belast wordt met de rekrutering van Coho-leden, waardoor de bewindspersoon invloed kan hebben op de selectie. Ook ontbreekt (nog) een besluit dat vertegenwoordigers van de eilanden deel uitmaken van Coho; er wordt slechts gesproken over personen met een affiniteit met de Caribische landen.
Wat betreft de opdracht aan het kabinet-Pisas om het ‘heronderhandelingstraject voort te zetten’, wordt verwezen naar een artikel in zowel de Curaçaose Staatsregeling als de Nederlandse Grondwet, namelijk artikel 84: ,,Zolang een voorstel van wet, ingediend door of vanwege de Koning, niet door de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering is aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, en vanwege de regering worden gewijzigd”. Of artikel 78 Staatsregeling: ,,Zolang een ontwerp-landsverordening ingediend door de regering niet door de Staten is goedgekeurd kan deze door hen, op voorstel van een of meer leden, en door de regering worden gewijzigd”.

Meer plaats voor ‘O’ van Ontwikkeling in Coho
Er zijn overigens méér punten in het voorstel voor de Rijkswet Coho die volgens het parlement in Willemstad ‘dringend aandacht behoeven’. Die worden genoemd in een andere motie, dit keer in het Nederlandse opgesteld en daarmee duidelijk bedoeld voor ook de regering en beide Kamers in Nederland, eveneens breed gesteund: 20 van de 21 Statenleden stemden vóór, alleen Rennox Calmes van TPK is tegen.
Deze motie, gesteund dus door coalitie én oppositie, begint met een historisch overzicht van hoe Coho tot stand is gekomen. Het begon op 2 november 2020 met een politiek akkoord tussen de regeringen van Curaçao en Nederland, voor een onderlinge regeling voor de uitvoering van het Landspakket, waarin de hervormingen op het gebied van openbaar bestuur en de rechtsstaat, overheidsfinanciën en economie zijn neergelegd.
Ten aanzien van het voorstel van Rijkswet Coho werd de toenmalige regering-Rhuggenaath van Curaçao door de Raad van State op verschillende punten ‘in het gelijk gesteld’, waarna het voorstel werd aangepast.
De motie erkent ook dat de toen pas aangetreden nieuwe regering-Pisas op 1 juli 2021 het politiek akkoord van 2 november 2020 ‘heeft bevestigd’. En dat dezelfde regering op 10 augustus 2021 en 7 februari 2022 via een gezamenlijk persbericht met de regeringen van Aruba, Sint Maarten en Nederland informeerde ‘dat consensus is bereikt’ over Coho. Kort daarop werd het pakket aangeboden aan de Staten.
Het parlement wijst erop dat de Staten van Curaçao zich via eerdere moties heeft uitgelaten over Coho, namelijk dat de onderhandelingen gebaseerd moeten zijn op het Statuut, de Staatsregeling, internationale verdragen en het principe van het zelfbeschikkingsrecht; en dat deze onderhandelingen moeten resulteren in een samenwerking waarin de autonomie van Curaçao wordt gewaarborgd.
De zaken die dringend de aandacht behoeven zijn, en daar begint het lijstje mee: financiële commitment van de regering van Nederland, gevolgd door invulling geven aan de ‘O’ van Ontwikkeling in de benaming Coho. Dan willen de 20 Statenleden aandacht voor de aanwijzingsbevoegdheid van de minister van BZK en de vertegenwoordiging van elk land in het bestuur van Coho.
Dat geldt ook voor het formuleren van criteria om de subsidie/financiële steun te kunnen stopzetten. Aanvullende aandacht wil de Curaçaose volksvertegenwoordiging ook voor het kroonberoep en de relatie tussen Coho en het College financieel toezicht (Cft). Verder het ‘ownership’ van de Caribische landen en het versterken van het overheidsapparaat.
Tot slot merkt deze motie op dat meerdere taken in handen zijn van hetzelfde orgaan, het Coho, namelijk: het bieden van steun aan de landen; en het uitoefenen van toezicht op de landen.
De Staten van Curaçao zullen hun collega’s van Aruba en Sint Maarten benaderen ‘om samen amendementen te formuleren en in te dienen tot wijziging’ van het huidige voorstel voor de Rijkswet Coho. Tegelijkertijd doet het Curaçaose parlement ‘een dringend verzoek’ aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer om ‘met inachtneming van de aandachtspunten’ het Coho-voorstel ‘te overwegen’.

MFK en PNP niet één lijn...

Wilt u het vervolg van dit artikel lezen? Neem een online abonnement op de krant.


Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van De Telegraaf
Telegraaf

Het Antilliaans Dagblad is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf. 30,00 incl OB per kalendermaand.(abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).