Ik ga vaak, als ik toch niet kan slapen vanwege de stank en de rook van de Isla, ‘s morgens vroeg naar de grote markt in Punda, daar tegenover het postkantoor. Ik vind het fascinerend hoe je dan Curaçao wakker ziet worden. De kooplui komen dan aanrijden in hun wagens volgeladen met allerlei spullen, die je normaal nooit in een supermarkt tegen zou komen. Zoals ‘awa di shete suerte’, wat je geluk moet brengen als je jouw huis daarmee schoon maakt. Of allerlei hulpmiddeltjes om jouw liefdesleven in turbomode te schakelen zodat je jouw grote liefde kan vinden. Wat mij altijd opvalt, is dat de vrouwen altijd van alles sjouwen en daar achteraan komt een uitgedroogd manneke die net genoeg doet om niet gekwalificeerd te worden als nietsnut en die gelijk, nadat alles geïnstalleerd is, weer verdwijnt en waarschijnlijk teruggaat naar huis en weer zijn koffer induikt. Ik bestel altijd een koffie en heb geleerd om geen suiker te vragen want meestal krijg je een scheut suiker waar een diabeet gelijk twee weken in coma van zou gaan liggen en ga dan in een hoek zitten kijken hoe dat allemaal reilt en zeilt.
Het is altijd een gezellige drukte en het lijkt veel op een kippenhok vol met kwekkende mensen die weer vol energie aan een nieuwe dag beginnen in de hoop wat te verdienen zodat ze voor hun gezin kunnen zorgen. Ik vraag mij altijd af hoe ze aan die spullen komen zoals ‘Zeta di tiburon’ oftewel haaienolie. Waar dat goed voor is weet ik niet. Misschien moet je dat in een tweetakt motor gebruiken, weet ik veel, maar schijnbaar wordt het wel verkocht.
Wat mij daar ook opvalt, is dat de voertaal vaak Spaans is en niet bepaald dat Spaans van Alonso de Ojeda, onze grote ontdekker.
Wat ook heel leuk is om ’s morgens vroeg bij het eindstation van alle bussen in Otrobanda te gaan zitten. Er is daar een bakkerijtje dat ‘s morgens belegde broodjes verkoopt, waar het altijd een drukte van jewelste is. Er komt altijd een leger vrouwen uit die AC-bussen stappen en dan vraag je jezelf af waar al die mannen dan zijn. Van alles zit er tussen en je hoort allerlei talen en accenten, allemaal mensen onderweg naar hun werk. Ik denk altijd als al die vrouwen morgen staken, zou de hele Curaçaose economie plat liggen.
De ‘bon dia’ en ‘bon simán’ gaan over en weer en schaterlachend gaan ze weer een nieuwe dag in. Prachtig!
Ik amuseer me ook altijd op feestjes bij mensen thuis want dan zie je ook een hoop komedie en rare gewoontes wat je ergens anders niet tegenkomt.
Wat mij altijd opvalt is bijvoorbeeld dat kerels zich altijd oud gedragen want schijnbaar hoe ouder je bent hoe meer respect je hoort te krijgen, ‘edat respetá’ noemen ze dat en dan blijven ze op hun vette kont zitten en worden dan door de vrouwen bediend als een soort van respect betuiging.
Alleen is dat bij de vrouwen anders want als de vrouwen de ‘edat respetá’ hebben worden zij door andere vrouwen bediend en niet door kerels.
Ik heb mij voorgenomen om ook een keer naar zo’n ‘come back’-feest te gaan want schijnbaar zijn daar ook ongeschreven regels waar je je als man aan moet houden en aangezien ik die niet ken wil ik het toch een keertje meemaken.
Hetzelfde als bij begrafenissen, daar schijnt het ook een hele ‘Comedy Central’ te zijn. Het varieert van begrafenis tot begrafenis en men wil niet onderdoen voor de anderen en men verzint steeds nieuwe dingen om de begrafenis interessanter te laten lijken. Ik heb een keertje ‘bolo pretu’ gekregen op een begrafenis. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Misschien krijg ik volgende keer een boterham of een loempia of zo.
En dan denk ik altijd wat is mijn klip toch een stukje paradijs met mooie, lieve mensen. Ik vind het dan zo jammer dat het allemaal kapotgemaakt wordt door een kleine groep mensen die zich politicus noemen en die dat allemaal doen, zoals ze zelf zeggen, ten goede van ons eiland en nooit voor hun eigen zak.
Eigenlijk moeten we de naam Curaçao veranderen in Curadise want we zitten in een paradijs hier en ik ben trots dat ik het mijn klip kan noemen, want zoals wij hier leven leef je nergens, dankzij onze vrouwen, masha danki dushi’s!
Arthur Donker,
Curaçao


Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).