Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
56 Jaar na ondertekening van het Statuut in 1954, hebben de woorden ‘Steunend op eigen kracht ...’ op het monument - ook centraal op beide omslagen van deze speciale 10-10-10-bijlage van het Antilliaans Dagblad - nog altijd niet aan waarde of betekenis ingeboet. Voor de tweede helft van de spreuk, ‘... doch met de wil elkander bij te staan’, geldt hetzelfde.
Toch is na vandaag sprake van een grote en wellicht zelfs fundamentele verandering. De Nederlandse Antillen, het land waarin velen van ons zijn geboren en waar de meesten ook van houden en trots op zijn, bestaat morgen niet meer. Zoiets gaat gepaard met gemengde gevoelens. Want: It did not work. Of zoals sommigen zeggen: ‘We did not make it work’, verwijzend naar de titel van het rapport medio jaren negentig dat een inspiratie had moeten vormen om van de toen nog Antillen Van Vijf - na het eerdere vertrek in 1986 van Aruba - toch iets te maken.
De zes vogels die, getuige het monument, toen al wilden uitvliegen, gaan ieder huns weegs. Wat aan gemeenschappelijkheid blijft is de Caribische Zee, de familie- en zakenbanden én het Koninkrijk. De band met Nederland dus en daarmee met de koning(in) als symbool voor deze gezamenlijkheid.
Voor de BES-eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba - het is nog wennen, maar straks ‘Caribisch Nederland’ - geldt dat het ‘elkander bijstaan’ voortaan een stuk zwaarder zal wegen met de massale steun van het moederland waarop zij mogen rekenen. Terwijl van de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten juist mag worden verwacht dat ze meer ‘op eigen kracht’ kunnen en zullen steunen. Dat was en is voor deze laatste twee eilanden en Aruba al veel eerder een langgekoesterde wens; eerst tot uiting gebracht door politici, die vermoedelijk ook meer eigen macht en zeggenschap nastreefden, en later - na een tweede referendumronde - mogelijk enigszins moe van het eeuwigdurende debat, ook breed gesteund door de bevolking. Autonoom binnen het koninkrijk.
De discussie over de onafhankelijkheid van Curaçao die is opgelaaid sinds de laatste verkiezingen op 27 augustus is in dat opzicht verontrustend, omdat de bevolking snakt naar rust op staatkundig gebied. Het gaat er niet om of Curaçao volledige zelfstandigheid nu of later wel of niet aankan. Maar wel om de bevolking eindelijk eens de kans te gunnen nu vooral alle prioriteit te geven om te gaan bouwen aan eigen (ei)land: aan economie, werk, onderwijs en sociaal welzijn. Daar is de laatste decennia veel te weinig aandacht voor geweest, met alle achterstanden op tal van terreinen als gevolg. Voorkomen moet daarom worden dat de geboorte van het nieuwe Land Curaçao (Pais Kòrsou) het startsein wordt om de komende jaren opnieuw de politieke en maatschappelijke discussie te voeren over al dan niet gewenste staatkundige veranderingen, waarmee ministers en parlementariërs zich als het ware vrijpleiten om maar geen oog en oor te hebben voor andere, veel grotere noden van de bevolking.
De historische datum 10-10-10 moet niet gezien worden als een stap naar verdere ontvlechting en het streven naar volledige staatsrechtelijke onafhankelijkheid. Maar van de definitieve, kennelijk onafwendbare, ontmanteling van de Nederlandse Antillen en de kans om aan te tonen het nu ‘op eigen kracht’ te kunnen. De autonome status van Land binnen het Koninkrijk - waarvoor ruim tweederde van de bevolking heeft gekozen - is dan ook geen last of ‘liability’, maar juist een ‘asset’ of een bijzondere kans tot verdere zelfontwikkeling. De band met het Koninkrijk dient daarbij juist ten volle worden benut. In bijvoorbeeld geopolitiek opzicht, met uitstekende banden met bondgenoot de Verenigde Staten in het noorden en al eeuwenlange goede relaties met Latijns-Amerika in het zuiden. Met een paspoort, dat niet alleen in alle lidstaten van de Europese Unie wordt geaccepteerd - om er heen te reizen én zich er als Caribische Nederlander te vestigen - maar ook de deuren naar bijna alle andere landen in de wereld openzet. Met koninkrijkspartners in de regio en in Europa, die in gevallen van nood en crisis klaar staan om elkaar een handje te helpen. Toeristisch, met Nederland als de belangrijkste en meest stabiele markt voor Curaçao. Economisch-financieel, met een bevoorrechte positie bij een land te horen dat alom gerespecteerd wordt in de internationale gemeenschap en vaak als gesprekspartner mag aanzitten bij de G-8 en wereldorganisaties als de VN, Wereldbank, IMF en FATF. Qua opleiding en studie, gezien de grote stroom studenten die zich jaarlijks in Nederland verder gaan bekwamen. En last but not least, de innige banden met familie in Nederland, waar bijna evenveel Curaçaoënaars wonen als op ons eiland zelf.
De inmiddels demissionaire regering van dit Nederland, het kabinet-Balkenende, heeft woord gehouden en de eind 2005 beloofde ‘schone lei’ ook waargemaakt. De megastaatsschuld - die de ontmanteling van de Antillen überhaupt onmogelijk had gemaakt - is conform afspraak gesaneerd tot aan de zogeheten ‘rentelastnorm’, waarmee Curaçao een gezonde startpositie heeft gekregen. De restschuld van 1,7 miljard is weliswaar zeer fors, maar tegen minder dan de helft van de oorspronkelijke rente en daarmee beheersbaar.
Curaçao is morgen af van alle nadelen van het als grootste eiland deel uitmaken van het Antilliaanse staatsverband en heeft dan alle voordelen van een land ‘steunend op eigen kracht’. Waar het nu op aan komt is: Make it work!

Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).