Notulen 9 juni 1949

,,L.D. Gerharts, Mijnheer de Voorzitter. U wilt mij toestaan in de eertse plaats U en de heer Voges van harte geluk te wensen met de benoeming tot Voorzitter en Ondervoorzitter van de Staten van de Nederlandse Antillen, waaraan ik wil toevoegen dt U op mijn steun - en ik geloof ook wel op die van alle leden van deze Staten - kan tekenen bij de uitvoering van Uw taak. De bewoordingen, die U heeft gehoord en die neergelegd zijn in de motie van de heer Jonckheer, onderschrijf ik ten volle.
LodewijkGerhartsIk heb reeds in twee vorige vergaderingen gezegd, waarom ik aan dit huidige College mijn vertrouwen niet kan schenken. Ik heb gezegd, dat dit College niet rust op een brede basis en bovendien dat dit College bestaat uit personen, die niet capabel en onkreukbaar zijn. Maar bovenal, Mijnheer de Voorzitter, zou ik hedenavond daar nog iets bij willen voegen; de noodzaak dwingt mij daartoe.”

Notulen 5 april 1946
Over autonomie
L. Gerharts: ,,Mijnheer de Voorzitter, wij kunnen hier nu wel mooie redevoeringen houden en naar voren brengen dat wij zulke warme voorstanders zijn van autonomie, maar in de eerste plaats wordt naar onze daden omgezien en dan moet mij toch wel van het hart, dat de eilanden buiten Curaçao van de welwillendheid der Staten om autonomie te verlenen, nog maar bitter weinig hebben gemerkt.
Ik wil U hierbij in herinnering brengen hoe enige maanden gelden voor Bonaire een klein bedrag werd aangevraagd voor de verlenging van de pier, hetgeen voor Bonaire van groot en algemeen belang was en op dat ogenblik zeer voordelig kon worden uitgevoerd. De Staten hebben dat kleine bedrag niet toegestaan; Bonaire was afhankelijk van de beslissing der Staten, het heeft geen autonomie en moest het zonder de verlenging stellen.”

23 mei 1949
Geen quorum
,,Mijnheer de Voorzitter. Wij spreken hedenavond voor de lege stoelen van de Regeringspartij, maar bovenal voor de lege stoelen van het College van Algemeen Bestuur en, indien ik mij goed herinner, was het juist Dr. Da Costa Gomez die in de oude Staten altijd hevig fulmineerde, wanneer er hier een vergadering werd gehouden en er was niemand van het Bestuur aanwezig. De heer Da Costa Gomez geeft hedenavond het voorbeeld, zoals het niet moet zijn. Hij geeft de schijn bang te zijn voor ons en komt hier niet, noch met zijn ‘Regeringspartij’ noch met zijn College van Algemeen Bestuur. En wanneer wij nu eens bekijken, Mijnheer de Voorzitter, wat er in de vorige vergadering is gebeurd. Ik mag dat wel eens even aanhalen speciaal de stemming, waarbij de voordracht voor voorzitter en ondervoorzitter moest worden opgemaakt. Ik werd door U aangewezen de stemmen op te nemen en was daarbij in gezelschap - als ik mij goed herinner - van de heren Cruger en De Cuba. De stembriefjes hebben wij opgehaald en daarna opengemaakt. De heren De Cuba en Cruger hebben de papiertjes opengemaakt en de namen voorgelezen; ik heb dat gecontroleerd en gaf ze daarop aan de Griffier. De Voorzitter van die vergadering controleerde op zijn beurt weer. De uitslag was een grote verrassing voor de heren van de Regeringspartij, want U werd gekozen als Voorzitter en tot mijn grote verbazing moest ik de volgende dag vernemen, dat in het holst van de nacht, om twaalf uur, de heer Da Costa Gomez, ‘Minister-President van de Nederlandse Antillen’, hier binnensloop, vergezeld van mijn geachte collega van Bonaire, Thomas Mauricio Marchena, en in de prullenmand ging zoeken naar de stukjes van de stembriefjes.
Wat hier op Curaçao en ook op Aruba is gebeurd, moet verkondigd worden en moet aan de grote klok worden gehangen, dat moet in de eerste plaats ter kennis van de Nederlandse Regering en van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen gebracht worden, voor zover deze daarvan nog niet op de hoogte is.”

Mein kampf
,,Het was op 10 mei 1949 negen jaar geleden, dat de Hitlerhorden Nederland, België en Frankrijk binnenstroomden en daar trachtten beschaving te brengen die het almachtige Duitsland daar meende te mogen brengen. Dit binnendringen van deze Hitlerhorden was een van de finale episoden die Hitler zich had gedacht en die hem zouden brengen tot overheersing van Europa en overheersing van de wereld. Dat is niet zo plotseling bij Hitler opgekomen, Mijnheer de Voorzitter; hij heeft daar vijftien jaar over gedaan.Vijftien jaar lang heeft hij gestudeerd en zijn eerste pogingen om zijn bedoelingen naar voren te brengen dateren van 1924, toe hij dit boek heeft uitgegeven Mein Kampf. Dit beruchtte Mein Kampf, waarin precies te lezen staat hoe langzaam maar zeker een volk kan worden voorbereid een dictator en een kleine groep geestverwanten blindelings te volgen. De daden die in dit boek staan en de theorieën, die daarop volgen, hebben de wereld doen zien, dat door leugens geloof wordt gehecht, intense propaganda en discipline een keine groep mensen, de minderheid, de macht in handen kan krijgen door het volk, dat zij belogen, te gebruiken en dan ditzelfde volk in slavernij onder te dompelen. De wereld heeft dit drama zien aankomen, een heel langzaam drama, maar de wereld was in die tijd met complete blindheid geslagen, later toen het gevaar groot werd en men zag dat de wereldvrede in gevaar kwam, heeft men getracht dit gevaar te stuiten. Maar dieven en moordenaars kan men niet bevechten met een paraplu, men moet ze bevechten met dezelfde wapenen, die zij gebruiken en de wereld is daar zeer laat toe overgegaan en dat heeft veel bloed gekost. Maar dit boek, Mijnheer de Voorzitter, is een leerboek voor zeer velen. De redevoeringen van Hitler en van Goebbels, de aartsleugenaar, hebben er het hunne bijgedaan en veel mensen hebben getracht aan de hand van de stellingen van dit boek Hitler’s en Goebbels’s macht te krijgen in de landen, waar zij woonden en zij zijn in vele landen daarin geslaagd.”

Kleine minderheid
,,In dit boek kan men zien hoe men met een kleine minderheid de meerderheid kan overmeesteren en dan de meerderheid kan vermorzelen. En nu in deze tijden, Mijnheer de Voorzitter, maken wij in de Nederlandse Antillen iets dergelijks mee - heel in het klein - en wel in de persoon van de heer Dr. Da Costa Gomez. Ik heb veel respect voor de kennis en het vernuft van de heer Dr. Da Costa Gomez. Echter, Mijnheer de Voorzitter, het wordt nu tijd een woord van waarschuwing te doen horen, want aan de zeer geslepen en ik zou haast zeggen, de overmoedige wijze, waarop de heer Dr. Da Costa Gomez in korte tijd, gedurende welke hij lid is van het College van Algemeen Bestuur, dingen heeft gedaan, die eigenlijk niet gedaan behoren te worden, moet nu een einde worden gemaakt. Zeer waarschijnlijk zal men het belachelijk vinden dat ik de heer Dr. Da Costa Gomez vergelijk met Hitler, een mensenmoordenaar in het groot. Ik geloof niet, dat iemand de heer Dr. Da Costa Gomez als een mensenmoordenaar zou willen aanwijzen; ik geloof ook niet, dat hij het is. Maar toch moeten wij oppassen, dat wij niet te hard lachen, want ook in Europa heeft men in het begin toen Hitler probeerde daar allerlei kunstgrepen toe te passen, zeer hard gelachen. En toen meneer Mussert in Nederland in een bioscoop kwam, heeft men hem daar ook voor de gek gehouden met zijn tante. Men heeft in het beging vooral gelachen, maar naderhand lachte men niet meer; naderhand moest men huilen, bloed huilen. En wij moeten voorkomen en trachten te voorkomen, Mijnheer de Voorzitter, dat ooit hier op de eilanden van de Nederlandse Antillen gehuild zal moeten worden over zaken die wij nu nog kunnen stoppen.”

Week toppers

Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).