×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 69 niet laden

Door Andrés Casimiri
GreenTown Curaçao is, zoals velen hier op het eiland, geschokt door de olieramp die de natuur van Jan Kok zo drastisch heeft aangetast. Het is mooi om te zien dat bij zo’n gebeurtenis zoveel mensen de handen ineenslaan en er alles aan willen doen om de schade zoveel mogelijk te beperken. In tijden van tegenspoed ontstaat er een vergaand gevoel van saamhorigheid, actief handelen en een ‘dit nooit meer’-gevoel. De vraag die natuurlijk opkomt: wie is hiervoor verantwoordelijk?
Een simpel voorbeeld: Als ik eigenaar van een huis in de verhuur ben en de huurder laat de kraan dagenlang openstaan, ben ik dan verantwoordelijk voor de rekening (verspilde water, schade)? Dacht het niet. De huurder is verantwoordelijk voor zijn eigen acties en behoort in geval van grove nalatigheid volledig verantwoordelijk te worden gesteld en de rekening gepresenteerd te krijgen. Natuurlijk kom je als eigenaar ook niet zomaar weg wanneer achterstallig onderhoud al jarenlang een feit is en al jarenlang stilzwijgend is toegestaan. Eigenaar en huurder behoren in overleg een zo goed en veilig mogelijke situatie te bewerkstelligen.
Wat er op Jan Kok is gebeurd, staat natuurlijk niet in verhouding met het genoemde voorbeeld. Wat er op Jan Kok is gebeurd, is een zichtbare ramp in en rondom dit fraaie natuurgebied en langs de kust van Bullenbaai tot aan de inham van de zoutpannen, zoals wij hier op het eiland niet eerder in deze omvang hebben meegemaakt. En alles is simpel terug te leiden naar één eindverantwoordelijke: PdVSA, die de overslagplaats huurt van de overheid en er het meeste geld aan verdient.
- Al jarenlang is bekend dat PdVSA het allemaal niet zo nauw neemt met milieuregels en regulier onderhoud van de raffinaderij en alles wat daarbij hoort (dus ook COT; de overslagtanks op Bullenbaai);
- Al jarenlang is bekend dat de negatieve invloed van de raffinaderij, en haar operator PdVSA, op de omgeving groot is, gezondheidsproblemen met mogelijk vroegtijdige doden tot gevolg heeft, van tijd tot tijd stank, hoofdpijn en misselijkheid veroorzaakt waardoor de scholen onder de rook moeten sluiten en zo onze kinderen ervan weerhoudt om zich aan de leerplicht te houden;
- Ook heb je van tijd tot tijd huizen die onder een deken van stofdeeltjes komen te liggen waarvan dan vervolgens verklaard wordt ‘dat dit geen gevaar voor de volksgezondheid oplevert’, en zo zijn er nog meer zaken die spelen;
PdVSA/Venezuela ziet de raffinaderij als ‘de kip met de gouden eieren’ en heeft er financieel flink gewin van, maar dan onder het motto: wel de lusten, niet de lasten. Dit in tegenstelling tot Curaçao: een zeer beperkte hoeveelheid discutabele lusten, vele malen meer lasten. En bovendien een bedrag van 26.000.000 gulden aan extra gezondheidszorg, volgens een rapport dat Refineria di Kòrsou heeft laten maken.
Wij, Curaçao, laten dit toe. Vanaf 2019 echter kunnen wij zelf uitmaken hoe onze toekomst er uit gaat zien zonder de vervuilende raffinaderij en met vele, vele mogelijkheden om ons mooie eiland in totaliteit naar een hoger niveau te brengen. Dit is een kwestie van willen, creativiteit en ‘outside the box’ durven denken. En daar moeten we nu al mee beginnen.
Wat er bij Jan Kok is gebeurd kan zomaar weer gebeuren. Het is een voorbode. Wanneer na het opruimen van de olie, voor zover mogelijk, de verontwaardiging wederom stilvalt, zouden we ons eens moeten gaan bezinnen op wat er kan gebeuren wanneer hier een ongeluk plaatsvindt zoals recentelijk in Venezuela of in Bhopal (langer geleden maar van ongekende omvang).
We moeten ons realiseren dat, wanneer de wind niet was gedraaid, er evenzoveel olie de zee in was gedreven, steeds verder weg. Waarschijnlijk niemand die dat gezien zou hebben. Toch is dat feitelijk dezelfde ramp alleen minder zichtbaar, minder tastbaar. Het blijft natuurlijk een ernstige zaak en helaas is bekend dat dit soort dingen in het verleden vaker is gebeurd. En dus moeten we de veroorzaker, PdVSA, verantwoordelijk blijven stellen en ook de rekening presenteren.
Het is in- en intriest dat deze olieramp bij Jan Kok, met gevolgen die op geen enkele manier te verdoezelen of goed te praten zijn, eens te meer bevestigt dat de petrochemische industrie niet meer thuishoort op Curaçao.
Curaçao moet de moed hebben om dit als uitgangpunt te nemen en vervolgens alle mogelijke oplossingen in kaart brengen om te komen tot een welvarender, schoner en nog mooier Curaçao. Met alle reeds gaande ontwikkelingen in de wereld op het gebied van innovatieve en alternatieve oplossingen voor een duurzame en verantwoorde toekomst is dit mogelijk. Wij moeten niet denken dat wij hiervoor eerst nog het wiel moeten uitvinden.
Onze overheid moet keuzes gaan maken op basis van kennis, wijsheid en logica. De ramp bij Jan Kok is een indicatie dat de overheid absoluut niet is voorbereid hoe te handelen wanneer zoiets gebeurt. Op pijnlijke wijze is duidelijk geworden dat je er niet omheen kan: een keus vóór petrochemische industrie hier op Curaçao gaat onherroepelijk gepaard met het risico van grotere of kleinere ongelukken, zoals de afgelopen week Jan Kok en tegelijkertijd de explosie en felle brand bij de raffinaderij in Venezuela zelf, met alle gevolgen van dien. En dat zijn alleen nog maar twee recente voorbeelden.
Kiezen voor petrochemische industrie staat gelijk aan kiezen voor het nemen van risico’s die nooit voor 100 procent te voorkomen zijn. Daar moet de overheid zich, en moeten wij ons, ons volledig van bewust zijn, zodat de juiste keuze gemaakt kan worden. Voor het maken van de juiste keus zijn inzicht, visie en daadkrachtig optreden nodig. Wij, als bewoners hebben het recht en de plicht om de overheid hier keer op keer op te wijzen, voortdurend.
We moeten gaan luisteren, communiceren, delen, denken en doen wat in het algemeen belang is voor iedereen. Iedereen moet hier aan meedoen. Het kalf is nu reeds verdronken, het is de hoogste tijd om de put te dempen. Wij vertrouwen op de wil en de bereidheid van iedereen op Curaçao om dit te bereiken.
Andrés Casimiri is voorzitter van de Stichting GreenTown Curaçao. Zie voor meer informatie de website www.greentowncuracao.com

Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).