×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 69 niet laden

Het ingezonden stuk in de Antilliaans Dagblad van 20 augustus jl. van mevrouw Marjo Nederlof (tot steun van de directrice van het RK Schoolbestuur, een ingezonden stuk dat ik van harte toejuich) is een welkome aanleiding om mijn gedachten te laten gaan over het politieke wel en wee van het Curaçao van voor en na 10-10-’10.
De eerste vraag die bij me opkwam was: wat heeft de nu demissionaire coalitieregering in de afgelopen twee jaar bereikt? Ik kwam niet veel verder dan: het omvergooien van het standbeeld van Stuyvesant en de naamsverandering van de UNA. De rest was voornamelijk ketelmuziek. De demissionaire regering heeft ruim de kans gekregen om te laten zien wat ze kon presteren voor het land Curaçao. Het beeld dat ontstond is er een geweest van falende ministers en een beleid dat uiteindelijk is bekroond met een ‘aanwijzing’ door de Koninkrijksregering als brevet van onvermogen. Een grotere afgang is niet denkbaar.
Wie ooit de moeite heeft genomen om het boek ‘Coup Campo Alegre’ (Uitgeverij De Curaçaose Courant, natuurlijk weer zonder jaartal, maar waarschijnlijk 2011, geschreven door de meer dan gehaaide voormalige officier van justitie op Curaçao Wouter Tielkemeijer) heeft kunnen constateren dat er in de afgelopen vijftien jaar op Curaçao bitter weinig is veranderd en dat de tentakels van de onderwereld nog met dezelfde gretigheid en succes houvast proberen te krijgen in de bovenwereld. Enkele voorbeelden.
Indertijd verzorgde de toenmalige minister van Justitie een ‘vrijbrief’ (= toestemming om het land zonder visum binnen te komen) voor Colombiaanse prostituees uit Campo Alegre (om bewijs hiervoor te vergaren werden er zelfs zoekingen door het OM gedaan bij de minister, zijn secretaris en het departement van justitie!), draaide beslissingen van de gevangenisdirectie terug, werd een commissaris van politie door een hooggeplaatste regeringspersoon onder druk gezet om instructies van de gezaghebber te negeren, werden er schimmige sommen geld uitbetaald aan een lid van een bepaalde politieke partij, etc.).
Mr. G.S. Joubert, de hoofdofficier van Justitie, schreef op 27 februari 2005 (pagina 267): ,,Uit vorenstaande, een greep uit het totale materiaal, blijkt duidelijk dat de onderwereld tot in de hoogste regionen van het landsbestuur was doorgedrongen en in staat is geweest om wetschendende bestuursbeslissingen uit te lokken. Dit vormde een ernstige bedreiging voor onze rechtsstaat.”
In dezelfde tijd wilde de toenmalige minister Komproe (die op zijn beurt weer werd aangestuurd door de baas van een politieke partij) de procureur-generaal Dick Piar afzetten! Je moet maar lef hebben. Arme Piar. Die man verdient een gouden stoel omdat hij al die tijd kans heeft gezien om, ondanks hevige druk, zijn functie zo goed en zo kwaad als dat ging uit te oefenen. Een echte survivor, die moeite zal hebben om een opvolger te vinden. Ik denk dat geen enkele Curaçaose jurist staat te trappelen om de functie van Piar over te nemen.
Op de politie kan je ook niet rekenen. Hun taak is haast onuitvoerbaar. De politie is onderbemand en beschikt niet over de juiste apparatuur om echt efficiënte opsporing te verrichten, laat staan dat de Curaçaose recherche in staat is om grootschalig onderzoek te verrichten naar ingewikkelde witwasconstructies van de onderwereld. Op dit moment wordt voornamelijk onderzoek gedaan door Nederlandse rechercheurs in samenwerking met het buitenland.
De enormiteiten van de huidige demissionaire regering zijn maar al te bekend (Onderwijs, Justitie, Financiën). Haar rol is uitgespeeld.
Uit berichten van goedwillende Curaçaoënaars blijkt dat velen de moed hebben verloren. Zij zien dat de weg naar een Curaçaose bananenrepubliek met schoffering wordt geplaveid. Over de houding van jongeren ten opzichte van werk schrijven ze me: ,,Die jonge mensen schijnen het een ‘abuzu’ (onrecht) te vinden dat ze niet na het ontvangen van hun weekloon een aantal dagen vrij mogen nemen tot hun geld op is. Het feit dat de werkgever bepaalt dat ze op tijd op het werk moeten verschijnen is een ‘falta di rèspèt’. Ook zijn vele Curaçaoënaars mistroostig over de situatie in het onderwijs, vooral die op de vsbo-scholen (onwil, diefstal, bedreigingen, gesanctioneerd door familieleden). Als ik hen schrijf dat ik toch enige hoop koester in de richting van de leraren (niet de dapperste categorie mensen, vind ik zelf) lachen ze me uit en zeggen dat steeds meer leerkrachten vaak zelf uit gezinnen komen waar men aanhanger is van de slogan ‘Niun hende no tin nada di bisa mi’ (geen mens hoeft me wat te vertellen).
Binnenkort zijn er verkiezingen. Ik zou de politici de ernstige raad willen geven geen mensen met een strafblad of foute connecties in een regeringsploeg op te nemen. Dat zou de definitieve ondergang van Curaçao betekenen.
Mocht er een brede, positief ingestelde regering komen, dan hoop ik dat ze een fatsoenlijke band met Nederland zullen gaan opbouwen. <I>Curaçao kan het echt niet alleen.<I>
En de onafhankelijkheid? Zet die maar in de vriezer.
Fred de Haas,
Nederland


Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).