Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Bloeden of groeien
Bij nadere bestudering van de inhoud van het in deel 1 genoemde MoU met GZE (lees: met China) en anderzijds bij vergelijking daarvan met het Alternatieve Plan, blijkt dat het MoU niet in het landsbelang van Curaçao is. Dit blijkt onder andere reeds op pagina 1 van het landsbesluit in de considerans in de tweede alinea: ,,Dat het van belang is voor de economie en de energiesector van Curaçao dat de toekomst en de modernisering van de Raffinaderij zeker worden gesteld.”
Hieruit blijkt onmiskenbaar een tunnelvisie, want de toekomst van Curaçao wordt hier vereenzelvigd met de modernisering van de Isla. Dit is uiterst merkwaardig, want wij hebben in de afgelopen 31 jaar al kunnen ervaren dat de economie van Curaçao nauwelijks heeft kunnen groeien, ondanks het feit dat er met deze raffinaderij miljarden dollars zijn verdiend, niet slechts in behaalde omzetten, maar tevens met behaalde winsten. En toch is statistisch verifieerbaar aan de cijfers dat er geen economische groei was die gelijke tred heeft gehouden met de exploitatieresultaten van de Isla-raffinaderij.
Het is veel meer in het landsbelang van Curaçao als wij in de toekomst onze eigen natuurlijke hulpbronnen (zoals onze diepzeehavens) in ons eigen beheer zullen exploiteren, desnoods met behulp van diverse (niet één enkele, maar diverse) strategische partners, met het oogmerk van risicospreiding. Een unieke mogelijkheid wordt hiertoe geboden met de grootschalige industriële ontwikkeling van het achterland van de Oil Terminal op Bullenbaai, zoals is vervat in het Alternatieve Plan. Zoals reeds in deel 1 van deze serie vermeld staat dit Alternatieve Plan los van de modernisering van de raffinaderij.
In het Landsbesluit op pagina 1 in de derde alinea staat vermeld: ,,Dat een gemoderniseerde Raffinaderij met 11 à 13 procent bijdraagt aan het Bruto Nationaal Product (BNP), alsmede met 17 procent aan de instroom van deviezen.”
Dit is puur publieksbedrog, want de vraag rijst: hoe en in welke vorm de exploitatie van de Isla heeft bijgedragen aan ons bnp? De transacties van Isla op de internationale oliemarkt worden geheel buiten ons deviezenfonds om gepleegd. Hoe worden dan die grote bijdragen aan ons bnp gerealiseerd?
Niet met afdrachten aan de landskas voor winstbelasting, omzetbelasting, invoerrechten en accijnzen voor de invoer en uitvoer van ruwe olie te Bullenbaai, want daarvan was PdVSA volledig vrijgesteld.
Ook niet met betaling aan Refineria di Kòrsou (RdK) van ‘throughput charges’ voor de omloop van de ruwe olie na invoer, opslag en wederuitvoer van de ruwe olie op Bullenbaai, want ook dergelijke betalingen hebben nooit plaatsgevonden, ofschoon er nergens in de beschikbare documentatie een clausule te vinden is dat PdVSA daar expliciet van vrijgesteld was. Dit is wereldwijd de ‘standaardprocedure’ voor de gebruikers van een oil terminal aan de eigenaar van de oil terminal, tenzij uiteraard de gebruiker zelf de eigenaar is. Ongelooflijk, maar waar in de reeds ondertekende contracten met GZE worden er aan GZE zelfs meer en grotere financiële tegemoetkomingen toegezegd dan er in het verleden aan PdVSA zijn verleend.
In de vierde alinea van het Landsbesluit staat: ,,Dat het voor het Land Curaçao noodzakelijk is een strategische partner voor de energiesector te betrekken.”
Waaruit die noodzaak blijkt en waarom er dan meteen in een onbesuisde MoU één enkele buitenlandse Grote Jongen (who ever he may be) wordt binnengehaald, is niet toegelicht.
Terwijl er in het grootschalige industriële ontwikkelingsplan voor het achterland van Bullenbaai al gemeld is dat er diverse investeerders in de startblokken staan, waarvan er één ons reeds heeft gemeld bereid en in staat te zijn tot het bouwen van een raffinaderij op Bullenbaai met een kostenraming tussen 800 miljoen dollar en anderhalf miljard dollar, dus een fractie van de 5,5 miljard dollar die (beweerdelijk!) GZE daarin gaat investeren. Wáárom moet er dan gekozen worden voor een upgrading van de aftandse Isla-raffinaderij voor een bedrag van 5,5 miljard dollar, ruim driemaal zoveel, terwijl nota bene na die upgrading de werkgelegenheid terugloopt, want een gemoderniseerde Isla zal voor 90 procent computergestuurd zijn, dus er zal werkgelegenheid zijn voor hooguit 400 mannen of vrouwen. Is dit MoU met GZE dan een verstandige keuze uit twee beschikbare opties? Een gigantisch bedrag investeren in een project dat onvermijdelijk zal leiden tot verlies van werkgelegenheid. Is dat wijsheid?
Het grootste gevaar schuilt echter in de onwrikbare eis van GZE dat die een voorkeursrecht geniet voor de bouw van de in het MoU voorgestelde Liquid Natural Gas (LNG)-terminal. En het in het MoU vastgelegde voorstel behelst de bouw onder het Build Own and Operate (BOO)-regime.
China is bereid (en in staat) de LNG-terminal voor ons te bouwen. China wordt ingevolge het BOO-concept eigenaar (!) van het fysieke vastgoed en verkrijgt eveneens ingevolge het BOO-concept het recht om daarna de terminal commercieel te exploiteren (commercial Operation). Niet twee maar drie vliegen in één klap voor China: met het bouwen heeft China een deel van haar overschot op de betalingsbalans op een lucratieve wijze in het Caribisch gebied geïnvesteerd, via het BOO-concept heeft China daarmee het eigendomsrecht verkregen over een stuk vastgoed en een deel van de diepzeehaven te Bullenbaai dat grenst aan de kuststrook waar die LNG-terminal wordt gebouwd. Maar het uiteindelijke resultaat is wel dat Curaçao haar eigendomsrecht over een nationale natuurlijke hulpbron, de diepzeehaven te Bullenbaai, kwijtraakt aan een vreemde mogendheid. Mama Kòrsou wil groeien en niet meer bloeden. Mama Kòrsou smeekt om groei, samen met eigen kinderen. Mama Kòrsou heeft nu eigen bronnen zelf nodig om een eigen richting te bepalen. Mama Kòrsou wil groeien en niet meer afhankelijk zijn van één strategische partner. (wordt vervolgd)
Lissette Bor,
Curaçao


Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).