Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Van een onzer verslaggevers
Willemstad - De regering heeft ervoor gekozen geen zelfstandig Hoofdstembureau op te richten. Dat blijkt nu uit de Landsverordening gewijzigd kiesreglement. ,,Vanwege onder andere de hoge kosten verbonden aan het in stand houden van een permanent bureau ter ondersteuning van het Hoofdstembureau, terwijl verkiezingen in principe om de vier jaar worden gehouden, is er uiteindelijk voor gekozen om de inrichting van het Hoofdstembureau in een apart orgaan vooralsnog geen doorgang te laten vinden”, zo wordt in de Memorie van Toelichting (MvT) uitgelegd.
De kosten voor een zogenoemd zelfstandig bestuursorgaan (zbo) waren geraamd op vierhonderdduizend gulden, bedoeld voor de vergoeding van het bestuur, het secretariaat en de huisvesting. Ruim een maand geleden liet de minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening (BPD), Etienne van der Horst (PAIS), nog doorschemeren dat de verzelfstandiging waarschijnlijk wel wettelijk wordt geregeld vóór de verkiezingen, maar dat de uitvoering van het traject om te komen tot een zbo niet haalbaar zou zijn. Het is PAIS geweest die pleitte voor het verzelfstandigen van het Hoofdstembureau, mede op basis van aanbevelingen van Transparency International.
De Raad van Advies (RvA) benadrukt het belang van de onafhankelijkheid van het stembureau maar heeft ook zo zijn op- en aanmerkingen bij dit onderdeel van de Landsverordening wijziging kieswet geplaatst. Zo vindt de RvA het niet verantwoord als het zbo geheel aan de ministeriële verantwoordelijkheid wordt onttrokken. ,,Het is een beperking van de democratische controle”, zo wordt aangevoerd.
Meer in het algemeen vindt de RvA dat er een beleid moet komen voor zbo’s waarin instrumenten worden vastgelegd met toezicht, sturing van beleid en beheer door de regering.
Vooral ten aanzien van de ‘bindende voordracht’ van de leden van het Hoofdstembureau, door een ingestelde benoemingscommissie, heeft de RvA opmerkingen. Volgens de regering is een bindende voordracht ‘de enige manier om de onafhankelijkheid van een te benoemen lid te waarborgen’. Maar, zo voert het adviesorgaan aan: ,,Deze keuze van de regering is echter voor de Raad niet duidelijk, vooral omdat die niet voldoende duidelijk wordt gemotiveerd in de MvT.” Er is voor de RvA maar één voordeel aan de bindende voordracht, namelijk dat er niet getornd mag worden aan de voordracht van een benoemingscommissie. Maar dan de nadelen: zoals gesteld is er met het uitschakelen van de ministeriële verantwoordelijkheid ook een beperking van de democratische controle. ,,In het ontwerp wordt immers niet geregeld aan wie de benoemingscommissie verantwoording verschuldigd is voor de uitgevoerde bevoegdheden. Ook worden in het ontwerp geen voorzieningen getroffen voor het geval de benoemingscommissie in gebreke blijft ten aanzien van de uitoefening van die bevoegdheden”, aldus de RvA. Er moet op z’n minst een toetsingskader zijn waaraan de bindende voordracht ten grondslag ligt, anders heeft de regering ook geen beoordelingsruimte. De RvA: ,,Dit kan conflicten oproepen tussen bestuur en uitvoeringsorgaan. In de regeling gaat alle aandacht van de regering uit naar het onafhankelijk maken van het Hoofdstembureau van de regering. Echter rekening dient te worden gehouden met het feit dat het Hoofdstembureau, alhoewel het niet meer hiërarchisch ondergeschikt is aan de minister, een instantie blijft die met openbaar gezag is bekleed.” Het is een onafhankelijke rechtspersoon die volgens het publiekrecht is ingesteld, zo wordt nog aangevoerd.
Verder mist er in de zbo-plannen ook een goede regeling voor het toezicht. De benoemingscommissie zou ook het toezicht moeten uitoefenen zo blijkt uit de landsverordening, maar dat is volgens de RvA geen goede constructie. Die verantwoordelijkheid moet bij het bestuur en de minister blijven.


Laatste nieuws