Door Bas Jussen
Die avond bekommerde Sebastiaan zich om Os. Een aantal mannen zat om hem heen en zij keken af en toe met boze blik in de richting van Koko. Hij zat daar, alleen voor zijn gammele hut. Iets verderop zat Flora, zoals zij daar iedere avond zat. Ook alleen. Het gezicht afgewend van de groep, starend naar het landschap alsof zij zat te wachten op dag dat de dood haar van de slavernij zou bevrijden. Koko besloot dat zij zich net zo eenzaam en verstoten moest voelen als hijzelf. Hij liep op haar af en ging zwijgend naast de pikzwarte vrouw op de grond zitten. Ze keek hem een ogenblik verbaasd aan om daarna haar blik weer af te wenden en in het niets te turen. Koko zuchtte diep en uitte een Afrikaanse klank die zijn moeder in zijn kindertijd had gemaakt. Het leek als een toverspreuk te werken op de zwangere vrouw. Voor het eerst sinds haar aankomst op het eiland scheen ze te lachen. Ze begon terug te praten in een tongval die Koko niet begreep, maar die hem vertrouwd leek voor te komen. Hij glimlachte nu ook en brabbelde nog een woord dat zijn moeder ooit had gesproken. De vrouw schraapte haar keel en begon zachtjes te zingen. Koko meende het klaaggezang van zijn moeder te herkennen. Hij wist niet wat ze zong, maar veronderstelde dat zij haar situatie zo ver van haar land bezong en heimelijk terugverlangde naar de vrijheid die ze ooit had gekend. Het was een vrijheid die haar eigen kind nooit zou kennen, net zoals Koko die nooit had gekend. Hij verlangde er naar, maar wist niet wat het was.
Anna nam spoedig na het incident haar intrek in het landhuis. Wouters aandacht concentreerde zich louter op haar. Hij deed alles om de schone blondine het hof te maken. Regelmatig ging hij met haar uit rijden, natuurlijk onder toeziend oog van Ernst-Jan die het maar moeilijk kon verkroppen dat zijn ouders die vreemde Hollander hadden uitgezocht voor zijn zus.
Koko zocht steeds vaker Flora op. Hij luisterde aandachtig naar haar klanken en probeerde ze in het geheim in zijn hut na te bootsen. Hij vertelde Wouter niet van haar, om nog meer problemen te voorkomen. Als Wouter eten voor hem had meegebracht uit de keuken, smokkelde Koko het terug naar de plantage waar hij het deelde met Flora die de extra voeding wel kon gebruiken tijdens haar zwangerschap. In Flora herkende hij trekken van zijn moeder, het klaaggezang, de manier waarop zij praatte. Zijn eigen dromen projecteerde hij op haar ongeboren kind. Hij fantaseerde dat Wouter later ooit de leiding over de plantage kreeg en dat hij Flora’s zoon de vrijheid zou schenken waar hij zelf van droomde. Als Flora daadwerkelijk tot hetzelfde volk zou behoren als zijn grootvader, dan was het zijn taak om ervoor te zorgen dat haar kind een waardig leven kreeg.
Soms maakte de gedachte Koko bang als hij ’s nachts alleen in zijn hut lag. Misschien stond Flora via wonderlijke magie inderdaad in contact met zijn voorouders en had zij hem in haar macht. Hij begon haar evenzeer te vrezen als zij hem intrigeerde. Hij begon te twijfelen of hij haar gezelschap zocht en eten voor haar meesmokkelde uit eenzaamheid, medelijden of uit angst.
Van Os had hij weinig meer te vrezen. In een poging indruk te maken op Anna had Wouter zijn schietvaardigheid verbeterd onder toeziend oog van Hendrik. Wouter kon nu van grote afstand een kokosnoot van een muurtje schieten. De kolf van zijn karabijn was nu het minst gevaarlijke waar opstandige slaven zich zorgen over moesten maken. Ook de aanwezigheid van Ernst-Jan maakte de negers bang. Hoewel de sadistische knaap geen zeggenschap had over de slaven, hield hij ze nauwlettend in de gaten. Hij gluurde naar de vrouwen en schold de mannen uit bij iedere kans die hij kreeg.
Na maanden van droogte gebeurde op een zondagochtend een wonder dat de dagelijkse sleur doorbrak. De haan had nog maar net gekraaid of de eerste regendruppels plensden in het stof en veranderde het in korte tijd in een modderpoel. Verheugd danste Hendrik over de galerij om daarna de trappen af te hollen. In zijn vreugde vergat hij hoe glad de trappen konden zijn tijdens een plensbui en de man gleed dan ook bijna uit. Hij kon zich nog net vastklampen aan de balustrade. Het mocht zijn geluk niet drukken. Hendrik liet zich in de modder op zijn knieën vallen om de Heer te prijzen. Ook de anderen waren de galerij opgekomen. Wouter verbaasde zich erover hoe er, na een lange periode zonder ook maar één enkele druppel regen, nu uit het niets een enorme stortbui op hen neerkwam. Hij besloot niet, zoals Hendrik deed, in de modder een regendans uit te voeren, maar zakte in een stoel. Hij sloot zijn ogen en luisterde naar het geluid van dikke regenstralen die van de dakrand naar beneden stortten als watervallen. Het herinnerde hem aan thuis, al was het daar juist onaangenaam als het regende. Wouter had bij zijn vertrek niet kunnen voorstellen dat hij ooit nog eens met plezier aan de Hollandse regen zou terugdenken.
Toen hij zijn ogen weer opende stond Anna naast hem. ,,Waar u vandaan komt is er veel regen, is het niet?”, vroeg ze hem. Het enige dat hem aan het meisje stoorde was haar overdreven beleefdheid. Het resultaat van een te strenge opvoeding in een te deftig gezin. Hij kon het niet uitstaan als zij hem met ‘u’ aansprak. ,,Ik geef je alleen antwoord als je me niet meer ‘u’ noemt maar gewoon Wouter”, zei hij met enige irritatie in zijn stem. Ze glimlachte ontwapenend. ,,Het spijt me, weledele heer Van der Hoog. Ik zal u niet meer lastigvallen”, lachte ze. Ze porde Wouter in zijn zij en danste giechelend de natte trappen af. Ze keek over haar schouder om te zien of Wouter haar volgde. En dat deed hij. Toen hij, net als Hendrik, bijna onderuit glipte op de trap gierde ze van het lachen en zette het op een lopen. Door de modder en plassen water kwamen ze moeilijk vooruit. Kirrend van plezier vluchtte het meisje weg van het landhuis. Ze keek telkens om, daagde Wouter uit door haar tong uit te steken en met modder in zijn richting te gooien. Zonder het te beseffen kwam Anna steeds dichter bij de slavenhutten.
Uiteindelijk wist Wouter haar in te halen. Hij zette zich af, vloog door de lucht en besprong haar als een wilde leeuw. Samen vielen ze in de modder en ze gleden over de grond. Ze lagen nog maar net stil, Wouter bovenop Anna, toen hij zag dat haar pupillen groter werden. Het meisjesachtig gelach verstomde onmiddellijk en maakte plaats voor een angstkreet die door merg en been ging. Wouter sprong op. Wat had hij verkeerd gedaan? Anna probeerde overeind te komen maar glipte uit in de modder en viel op haar buik. Ze kronkelde door de modder als een glibberige aal, zonder echt vooruit te komen
,,Meester?”, hoorde hij achter zich. Wouter schrok zich rot bij de onverwachte, diepe stem en gaf een gil. Een gil zo hoog van toon en zo angstig dat hij van een keukenmeid had kunnen zijn. Abrupt draaide Wouter zich om, hij keek recht tegen Os aan. Wild graaide hij naar zijn schouder, om zich te realiseren dat hij de karabijn niet bij zich droeg. Wouter deinsde achteruit. Os zette een stap in zijn richting en wilde iets zeggen, maar de jongen had zich al omgedraaid en rende weg, zo hard als zijn benen hem konden dragen. Hij zag Anna niet eens meer in de modder liggen. Pas toen hij vlakbij het landhuis was, keek hij weer om. Het meisje was intussen overeind gekrabbeld en kwam hem krijsend achterna. Os stond nog steeds bij de slavenhutten, met een verbaasde blik in zijn ogen.


Week toppers

Het Antilliaans Dagblad is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire en Aruba. Op Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba, alsmede in Nederland en andere landen is een online-abonnement eenvoudig mogelijk via online.ad.cw

antdagblad-logo


Print-abonnee worden of voor meer algemene informatie? Stuur dan een mail naar [email protected]. Met naam, adres en telefoonnummer. Abonnementsprijs is ANG 35,00 inclusief OB per kalendermaand. Print-abonneren is alleen mogelijk op Curaçao.