×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 69 niet laden

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Hoofdstuk 4

Zinderende hitte

Door Bas Jussen

Net toen Wouter dacht dat het niet heter kon worden, gebeurde juist dat. Een ware hittegolf trof het eiland. Puffend en zwetend slenterde het volk door de nauwe straatjes van de stad. De stank van het riool, de rottende vis en bedorven handelswaar maakten het haast ondraaglijk om de stegen binnen te wandelen. Regelmatig zag hij mensen met een doekje voor de mond lopen en Wouter had zelfs gezien hoe twee chique dames, die per abuis de verkeerde straat waren binnengewandeld, moesten overgeven van de walgelijke geur die hun neusgaten penetreerde.

Hoewel het aan de kade frisser rook door de zeewind, was het ook hier nauwelijks uit te houden van de hitte. In de enkele schaduwplekjes van gestapelde tonnen en handelswaar zochten varkens en honden verkoeling in de schaduw, totdat ze werden weggetrapt door een of andere zeeschuimer. Soms maakten zelfs de matrozen onderling ruzie over een plek in de schaarse schaduw, wat meer dan eens resulteerde in een fikse knokpartij die vervolgens werd opgebroken door voorbijgangers of soldaten. Maar ook deze stoere kerels zuchtten al spoedig onder de drukkende hitte. Op de zesde dag van de hittegolf zag Wouter hoe een van de wachters voor het fort, gekleed in zijn smetteloze maar o zo warme uniform, begon te trillen. De man probeerde steun te zoeken door op zijn geweer te leunen maar spoedig begonnen zijn knieën te knikken. De soldaat had moeite zijn rug recht te houden terwijl zweetdruppels langs zijn gelaat dropen. Opeens liet hij zijn hoofd hangen, zakte langzaam als een pudding in elkaar en bleef roerloos in het stof liggen. Twee andere soldaten kwamen toegesneld en sleepten de onfortuinlijke diender het fort binnen. Niemand ontsnapte aan de hittegolf die het eiland overspoelde. Zelfs oom Gerard zag in dat hij zijn knechten niet langer bloot kon stellen aan de middagzon en besloot hen dan ook vrijaf te geven rond het middaguur, mits ze een uur eerder zouden beginnen met hun werkzaamheden.
Het was een van deze dagen dat Wouter al uit zijn bed was geklommen voor het krieken van de dag. Hij had reeds een naar voorgevoel gehad sinds de vorige avond. De laatste twee weken deed hij amper een oog dicht gedurende de nacht. Maar de vorige nacht had hij erger gewoeld in zijn bed dan tevoren. Zo erg dat hij bij volle maan was opgestaan om over de kade te wandelen, waar de wind voor enige verkoeling zorgde. Het was echter niet alleen de hitte geweest die Wouter uit dromenland hield, er was nog iets anders, een onverklaarbaar, onheilspellend gevoel in zijn buik.
In het half duister ging hij met Jan op stap om de kar te laten repareren. Ze haastten zich om voor het middaguur terug te zijn bij het magazijn. Toen Jan de deur van de keuken naar buiten openzwaaide om de laatste restjes water uit de bijna opgedroogde put ophoog te halen, lag zij daar bewegingloos en uitgestrekt op de grond…..Josefien de kokkin. Op enkele passen verwijderd van haar plaggenhut, geveld met haar gezicht in het stof. Jan rende naar haar toe, knielde in het zand en draaide Josefien om. Haar tong rolde uit haar mond en haar ogen staarden glazig in het niets. Jan rammelde aan haar lichaam, kneep in haar arm, schreeuwde tegen haar in de hoop op een reactie die nooit komen zou. Na een minuut liet hij haar los, stond op en klopte het stof van zijn kleren. ,,Ga heer Eickelboom halen”, zei hij zacht. Zo snel zijn benen hem konden dragen, holde Wouter naar het kantoor. Hij wilde naar binnen stormen, maar hield zijn pas vlak voor de deur in. Zijn oom haatte het om ruw te worden gestoord. Zachtjes klopte hij op de deur maar er kwam geen respons. Nogmaals klopte hij en weer geen reactie. Even overwoog hij wat te doen, alvorens de kamer binnen te treden.
Oom Gerard zat achter zijn bureau en keek geïrriteerd op. Tegenover zijn oom zat een man die Wouter niet eerder had gezien; een stinkende, onverzorgde verschijning met lang, grijs haar dat in dunne slieren over zijn kalende schedeltop was gedrapeerd. ,,Vanwaar deze brutale inval?”, sprak oom Gerard streng. Wouter vertelde hem dat de kokkin in de tuin lag en het ernaar uitzag dat ze het leven had gelaten. Hoofdschuddend stond heer Eickelboom op en liep naar de plaats des onheils, met zowel Wouter als de gast in zijn kielzog. ,,Wat is hier aan de hand?”, mopperde hij. ,,Heer”, stamelde Jan, ,,ik geloof dat Josefien dood is.” De oude man boog zich over zijn kokkin, mompelde enkele onverstaanbare woorden en sloot de glazige ogen van zijn bediende. ,,Ze was oud”, zei hij droogjes, ,,ze voelde zich de laatste maanden al niet meer zo lekker. Ik had haar misschien wat meer rust moeten geven met deze hitte.” Hij krabde achter zijn oor en sommeerde Jan om de chirurgijn te halen. ,,Wie gaat er nu voor ons koken?”, vroeg hij zich hardop af.
De andere man, die in de schaduw van het huis stond, deed een stap naar voren. ,,Neemt u mij niet kwalijk”, zei hij zacht, ,,maar ik weet dat vandaag een slavenschip van de West Indische Compagnie de haven heeft aangedaan.” Oom Gerard haalde nonchalant zijn schouders op, er kwamen regelmatig slavenschepen aan in de haven, al was het zeker niet meer zo vaak als vroeger.
De man sloeg een arm om de oude heer en bracht zijn mond dicht naar diens oor. ,,Maar dit schip heeft veel tegenspoed gehad en men zit op hete kolen om nog wat geld terug te verdienen”, fluisterde hij op samenzweerderige toon. De onverzorgde kerel bleek een kleine zakenman te zijn die zich vooral bezighield met slavenhandel. De interesse van oom Gerard was gewekt bij het horen van de prijzen die de Compagnie voor zijn handelswaar vroeg. Hoewel het tweetal zich had verwijderd van Wouter en hij de rest van het gesprek niet langer kon horen, bemerkte hij het enthousiasme op het gezicht van zijn oom in diens glinsterende, fel blauwe ogen.
Toen Jan terugkwam met de chirurgijn, die zich ontfermde over het levenloze lichaam van de kokkin, kreeg hij meteen een nieuwe opdracht. ,,Jan, ik wil dat je met Pieter van Breyll meegaat naar de haven”, beval hij, ,,er is een partij negers aangekomen waar misschien wat aan te verdienen is.” Jan knikte en wilde net het grote huis binnenlopen toen Gerard Eickelboom hem nariep. ,,Vergeet niet te zoeken naar een geschikte kokkin, ik wil niet de hele week koud eten!”, om er tot Wouters verbazing aan toe te voegen: ,,..en neem mijn neef ook maar mee, hij kan er misschien wat van opsteken!” Een golf van opwinding ging door Wouter heen. Zijn oom wilde hem introduceren in de avontuurlijke wereld van de kooplieden! Hij kreeg na al die weken zwoegen eindelijk eens de kans om iets te leren over de handel. Trots als en pauw paradeerde hij door de keuken, het magazijn en over de kade.
Pieter van Breyll stelde zich met veel bravoure voor en terwijl hij zich introduceerde als een vooraanstaand zakenman met een neus voor koopjes, zag Wouter uit zijn ooghoeken hoe Jan minachtend gaapte. De kerel zag er inderdaad niet uit als een welgestelde heer van stand met zijn onfrisse kleren, vettige grijze haren en ongeschoren gelaat. Hij kon de jongeman echter wel het een en ander vertellen over de slavenhandel op het eiland. Wouter luisterde aandachtig hoe Van Breyll zijn verhaal deed. Hij vertelde eerst wat Wouter ook al van zijn oom had gehoord, dat vanwege de onvruchtbare grond en het klimaat nauwelijks droog brood was te verdienen met een plantage. Op andere eilanden was dit wel anders, wist Van Breyll. Met vreugde in zijn ogen vertelde hij dat de plantage-eigenaren van sommige eilanden gewoon in Europa leefden en zo stinkend rijk waren geworden door het verbouwen van suikerriet dat de adel groen van jaloezie zag. Een Engelse planter scheen zich zelfs te vervoeren in een koets duurder dan die van de koning!


Week toppers

Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).