Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Door Lodewijk Daniel Gerhartsloderwijkgerharts

In 1945 werd door de persdienst van het gouvernement een manifest verspreid: ‘Een manifest, tussen januari en april 1945 uitgegeven door de Nederlandse bladen Vrij Nederland  en Het Parool’.
Op pagina 6 van dit manifest stond:
,,Indonesië, Suriname en Curaçao hebben recht op volledige vervulling van de belofte door H.M. de Koningin in haar Koninklijke redevoering van 7 december 1942 gegeven, dat zij langs wegen door een Ronde-Tafel-Conferentie te bepalen, als gelijkwaardige delen van het Koninkrijk erkend zullen worden, ‘vrij naar binnen, gelijk naar buiten’.”
Het manifest eindigde met: ,,De vrijheid, UW VRIJHEID IS OP KOMST! Niets zal haar tegenhouden. NEDERLAND ZAL HERRIJZEN.”
In april 1945 werden de berichten uit Europa bijna dagelijks beter. De bevrijding van Nederland was in zicht. Grote delen van Nederland waren reeds bevrijd.
De algemene capitulatie was nabij. Op 13 maart 1945 betrad koningin Wilhelmina de Nederlandse bodem bij de gemeente Eede in Zeeuws Vlaanderen.
Na overleg met gouverneur werd besloten de bevrijding van Nederland sober te vieren. Dit zou gebeuren zodra de koningin weer in ’s Gravenhage zou zijn teruggekeerd. Dit zou nog even duren, want het was nog niet overal veilig in de bevrijde delen van Nederland.
De koningin bracht een bezoek aan ’s Hertogenbosch en de plek waar Hare Majesteit geruime tijd had gestaan, werd kort na haar vertrek door de vijand beschoten. Mogelijk in de hoop een einde te maken aan het leven van onze vorstin.
De capitulatie vond op 5 mei 1945 plaats. Op Bonaire werd, zoals ook op de andere eilanden, een comité opgericht met de bedoeling geld en goederen bijeen te brengen voor Nederland, dat door de vijand leeggestolen was.
In mei 1945 werd een fair gehouden in de koraal van de Dominicusschool van de Fraters, die een batig saldo opleverde van 6.100 gulden, welk bedrag aan het Curaçaos Nationaal Steuncomité werd afgedragen. Er werd ook een collecte in alle districten van het eiland gehouden, door een vijftigtal dames, verdeeld in 25 groepjes, die erin slaagden in een dag meer dan 10.000 gulden te vergaren. In totaal bracht Bonaire 19.000 gulden bijeen.
De secretaris van het comité te Curaçao, de accountant K. Gerhardt, schreef: ,,Uit de dankbrieven, welke wij uit Nederland ontvangen en welke geregeld in de dagbladen worden gepubliceerd, zult U gelezen hebben hoezeer het land door de moffen leeggeplunderd en gedesorganiseerd werd, hoe hoog de steunverlening door de bevolking van de Nederlandse Antillen gewaardeerd wordt.”
In juli 1945 kwam de koningin weer te ’s Gravenhage terug. Sinds haar aankomst in Nederland had Hare Majesteit in een bescheiden huisje gewoond.
Op een maandagmorgen ging zij een wandeling maken in het nabijgelegen dorp en stapte bij een boerin binnen en vroeg of het gelegen kwam dat zij een kopje koffie kwam drinken.
,,Neen hoor, Prinses”, klonk het uit de mond van de stevige boerin. ,,Ik ben aan de was bezig en ik heb nu geen tijd om een kopje koffie te drinken. Kom morgen maar terug.” De koningin had veel plezier van de ontmoeting en ging inderdaad de volgende morgen terug voor het kopje koffie.
Er werd een programma opgesteld voor de feestelijkheden die ter gelegenheid van de terugkeer van de koningin in de residentie werden gehouden. Op de dag van het bericht dat de koningin weer thuis was werden de klokken van alle kerken geluid.
Op het eerstvolgende volle uur werden de klokken weer voor 5 minuten geluid en werd door een sirene een signaal gegeven. Daarna werd gedurende 3 minuten stilte in acht genomen en alle verkeer werd stilgelegd. Het einde van deze drie minuten werden aangekondigd door het geluid van de klokken en het geloei van de sirene.
Op de dag na het bericht werden kerkdiensten gehouden in alle kerken, om halfnegen werd een Nederlandse vlag op het Wilhelminaplein gehesen, de gezaghebber hield een rede, de kinderen zongen, om 10 uur was er openbaar gehoor ten huize van de gezaghebber, ’s middags een voetbalwedstrijd en ‘s avonds werd er een fakkeloptocht gehouden.
De eerste herdenking voor de gevallenen in de oorlog vond plaats op 3 mei 1946. Om 6 uur namiddag werden de vlaggen halfstok gehesen, er werden diensten in de kerken gehouden, de klokken luidden 15 minuten lang, gevolgd door 2 minuten stilte; op zaterdag 4 mei 11.00 uur voormiddag 1 minuut stilte gevolgd door het vol hijsen van de vlaggen. En toen wisten we het: Nederland was vrij!!!!!

Slachtoffers van de oorlog
Alle telegrammen die gedurende de oorlog werden ontvangen waren in code. Deze geheime code had de gezaghebber in zijn brandkast.
Zodra er een telegram binnenkwam van de KNSM dan ging ik naar zijn kantoor en samen decodeerden wij de telegrammen. De KNSM-telegrammen hadden betrekking op de dienst die tussen de Benedenwindse eilanden en de Bovenwinden werd onderhouden maar ook berichten betrekking hebbende op de getorpedeerde schepen wanneer daarbij Bonairiaanse opvarenden het leven hadden verloren. De meeste mensenlevens gingen verloren in 1942. Tot 1941 waren aan deze kant van de wereld geen Duitse duikboten gesignaleerd, doch in 1942 was het aantal torpederingen belangrijk.
Telkens wanneer er een opvarende omgekomen was moest ik erop uit om de familie de jobstijding te brengen, in speciale gevallen ging de pastoor wel met mij mee. Toen dat in 1942 enige malen gebeurd was, kon ik met mijn auto de dorpen niet goed meer bezoeken, omdat men vreesde dat ik weer ergens een onheilstijding ging brengen.
Stond ik ergens stil voor een huis waarvan een van familieleden een opvarende op een KNSM-schip was, dan brak het gehuil reeds uit voor ik binnen was en voor ik iets had gezegd.
In die jaren waren er zeker 200 mannen van Bonaire die werkzaam waren op de schepen van de KNSM, Shell en Lago.
Van Bonaire zijn totaal 38 personen door oorlogshandelingen omgekomen. In de Beurs- en Nieuwsberichten van 3 februari 1956 verscheen de lijst van gevallen en die bevatte 97 namen; 29 van Bonaire; 4 van Aruba; 20 van Curaçao; 11 van Saba; 4 van Sint Eustatius; 2 van Sint Maarten; 27 van andere plaatsen buiten onze eilanden.
De lijst was niet volledig. Later werd een complete lijst samengesteld, waarop 38 Bonairianen voorkwamen.
Er was een zeer treurig geval bij de vele bezoeken die ik moest afleggen. Ik had natuurlijk de officiële naam per telegram doorgekregen, doch niemand wist wie het was. Eindelijk vond ik een jongen die ik kende en toen ik hem vroeg: ,,Maar heb je niet een neef die bij de KNSM vaart? En die Juan heet?” En toen kwam het: ,,Oh ja, Wancho di Sjon Pedro.” Maar zijn werkelijke naam wist hij niet.
De echtgenote van de omgekomen zeeman had juist die dag een baby gekregen. Mijn bezoek heb ik toen maar twee weken uitgesteld. Toen de baby na een jaar of twintig trouwde, zond de directie van de KNSM aan haar een mooi presenteerblad, waarop een afbeelding  voorkwam van het schip waarmee haar vader omgekomen was.
Alle opvarenden waren verzekerd, die van de KNSM bij de maatschappij Zeerisico. Het pensioen dat de nabestaanden kregen betaald was een schamel bedrag. Gelukkig was de familieband op Bonaire sterk en ook de gemeenschapszin. En toen de gulden en de pond sterling devalueerden, daalden deze pensioenen met 50 procent.
Ik bracht deze kwestie in de Staten naar voren en die gingen er mede akkoord dat de regering van de Nederlandse Antillen aan alle nabestaanden een toeslag op het pensioen gaf, zodat het oorspronkelijke bedrag weer werd bereikt.
Totaal werd door de regering per jaar voor de nabestaanden beschikbaar gesteld: voor de Britse slachtoffers 2.642,06 gulden, voor de Curaçaose 2.919,06 gulden en voor de Bonairiaanse 1.882,06 gulden.
Hoewel de kosten van het levensonderhoud voortdurend stegen werden de pensioenen, voor zover mij bekend is, nimmer verhoogd. Hoewel het aantal slachtoffers van Bonaire groter was dan dat van Curaçao, was de totale uitkering op Curaçao meer dan die van ons eiland. Waarom dat zo uitkwam is mij niet bekend.


Week toppers

Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).