×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 69 niet laden

De oorlog brak uit op 10 mei 1940 en reeds op 14 mei werd door de gouverneur beslist, dat voor nieuwe importen van de eerste levensbehoeften overleg diende te worden gepleegd met de directeur van de Accountantdienst, Sociale en Economische Zaken, daar anders geen buitenlandse betaalmiddelen beschikbaar zouden worden gesteld. Een regeling voor betalings- en kredietverkeer met New York werd voorbereid. Alle buitenlandse betalingen moesten vanaf dat ogenblik geschieden door tussenkomst van de DAES. Tevens werden met ingang van 14 mei verbodsbepalingen tegen prijsopdrijving en hamsteren ingevoerd. Zeer wijze maatregelen. Men had in drs. Jansen, directeur van de DAES, een zeer bekwame ambtenaar!
De eerste kennismaking met deze maatregel was, dat wij een krediet nodig hadden van 2.500 dollar voor de bestelling van een stationwagen, reserveonderdelen voor auto’s en trucks en gereedschappen voor het te openen reparatiebedrijf. Dit was voor ons bedrijf zeer noodzakelijk en het krediet werd toegestaan.
De maatregelen tegen prijsopdrijving hadden tot gevolg dat handelaren te Curaçao allerlei slimmigheidjes uitvonden om toch wat meer winst te maken dan het gouvernement toestond. Er werden door het departement maximumprijzen vastgesteld voor een aantal levensmiddelen. Speciaal die door de bevolking het meest gebruikt, werden in een handig boekje in drie talen opgenomen en de prijzen per eenheid werden vermeld. Wijzigingen werden in de pers en andere publicaties bekendgemaakt.
Voor andere groepen goederen werden winstpercentages vastgesteld en hiermee kon wel geknoeid worden. In New York werden verscheidene eenmanszaken opgericht die eigendom waren van Curaçaose en Arubaanse kooplieden. Die kochten van alles op; speciaal aan het einde van het zomerseizoen kon men voorraden tegen een prikje opkopen. Dat geschiedde dan door het filiaal van de Curaçaose koopman, die op zijn beurt op naam van de te New York opgerichte zaak facturen maakte voor de zaken te Aruba en Curaçao. Op die facturen werd ingeklaard, bij de kostprijs te New York werden de vrachtkosten en de invoerrechten geteld en op dit totaal werd het winstpercentage, vastgesteld door het gouvernement, berekend.
Het is duidelijk dat de winst een slordige cent hoger was dan was toegestaan.
Men had ook nog een ander foefje. Bonaire was van een scherpe deviezencontrole vrijgesteld. De behoeften voor ons eiland waren, vergeleken met de andere twee eilanden, zo gering, dat men de papieren rompslomp voor de kleine orders gaarne liet varen.
Dat had tot gevolg dat de handelaren orders plaatsten voor Bonaire, dat wil zeggen, men gaf als bestemming Bonaire aan en niet Curaçao. Wanneer dan het schip van New York te Curaçao aankwam liet men de lading te Curaçao lossen en de goederen werden nimmer naar Bonaire gezonden.
Toen men dit in de gaten kreeg kwam er een andere truc. Men liet de goederen naar Bonaire doorvaren, hier werden ze ingeklaard en met het eerste het beste zeilschip ging de partij dan naar Curaçao.
De deviezencommissie heeft nog vele jaren bestaan. Haar taak werd later overgenomen door de Bank van de Nederlandse Antillen. In oktober 1957 werd ons door de deviezencommissie algehele ontheffing verleend van het aanvragen van een importvergunning voor bestellingen van goederen in dollarlanden, zodat bestellingen voor Bonaire door ons gedaan niet meer aan de Gezaghebber van Bonaire behoefden te worden afgestempeld.
De oorlog tussen Noord-Amerika en Duitsland brak uit op 7 december 1941 en op 14 juli 1943 arriveerde een lichter van het Amerikaanse Engineer Corps. Tegelijk kwamen enige officieren mee en ik kreeg de commandant op bezoek, die ons kwam vragen of wij de lichter wilden lossen en of wij voorts arbeiders konden leveren voor de opbouw van hun kamp te Tanki Maraka, ten noorden van Subí Blanku.
Ze vroegen of ze de bakkerij mochten zien en ik stelde voor dat zij dat ‘s avonds zouden doen wanneer men aan het werk was. Dat deden ze en de bakkerij werd goedgekeurd voor het leveren van brood.
Men ging bij Tanki Maraca een radarstation bouwen, een van de sterkste van het Caribisch gebied. Wij leverden dus arbeiders en ook materiaal dat hen ontbrak en na enige weken, toen de rekening verscheidene duizenden guldens bedroeg, vroeg ik: ,,Captain, when do I get paid for all the payments I have done for you?”
De captain: ,,You must make a bill in sevenfold every month, this you give to me, I check it and send it to Curacao, Curacao will send it to Trinidad and after approval Trinidad will send it to Puerto Rico and from there it will be send to Washington”.
,,But captain”, zei ik. ,,How long it will take for the remmitance to reach Bonaire?”
,,Oh", zei de captain: ,,More or less four months, sometimes when they are very busy.”
Ik legde de captain uit dat wij zoveel geld niet konden voorschieten en ik stelde hem voor dat we naar Curaçao zouden gaan en de Maduro & Curiel’s Bank zouden vragen het benodigde bedrag voor te schieten, hetzij op onze naam of op naam van het Corps Egineers. Zo gebeurde het.
Er waren ongeveer 60 manschappen hier bij Tanki Maraka plus een klein aantal officieren.
Men bouwde daar slaapbarakken, een keuken, een bioscoopzaaltje en een tennisbaan plus volleybalveld. Er waren uitstekende tennissers bij, doch zij gaven voorkeur aan onze baan in Kralendijk, omdat de baan op Tanki Maraka veel last had van de sterke passaatwind.
Toen het gereed was, hebben wij samen, dat wil zeggen alle leden van de tennisclub, onder aanvoering van de Gezaghebber, Piet van Leeuwen, het gehele complex ten doop gehouden. En hoe!
Het kamp was net klaar toen de piloot van de KLM-machine die op Subí Blanku landde mij vertelde, dat er langs de kust een grote motorboot lag. Ik zei: ,,Als je opstijgt, kijk nog eens goed, maar ga niet te dichtbij.
,,Als het een duikboot is, geef een teken met je vleugels”. Het was een duikboot. De boot lag achter een groot rotsblok en was voor de machtige radar niet te zien.
Wij hadden te Bonaire geen vliegmachines en toen er vanuit Curaçao een kwam, was er van de duikboot niets meer te zien.


Week toppers

Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).