Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Door prof. dr. F.B.M. Kunneman

Bestuursleden van stichtingen vinden vaak dat zij enig recht op een vergoeding zouden moeten hebben, al is het maar frankkunnemaneen onkostenvergoeding. Hoe zit dat? In de vorige column gaf ik aan dat er geen enkel bezwaar tegen bestaat om vacatiegeld en/of een onkostenvergoeding te geven. Zo’n vergoeding roept ook weer vragen op. Ten eerste de vraag naar de fiscale consequenties, en daarnaast de omvang van de onkostenvergoeding. Ten derde wie de omvang van die vergoeding bepaalt. Ook is de vraag interessant of je voor extra diensten als bestuurslid ook extra betaald mag worden en ten slotte de vraag of iemand tegelijkertijd werknemer en bestuurder kan zijn in een stichting. Over die vijf vragen gaat deze column.
Fiscaal gezien worden uitsluitend reële onkostenvergoedingen geaccepteerd. Een kilometervergoeding van 1,50 gulden per kilometer is niet reëel. Een telefoonkostenvergoeding van 400 gulden per maand evenmin. Minimaal wordt dan een aftrek voor privégebruik toegepast, het meerdere kan echter ook als inkomen worden gezien. Dan moet er inkomstenbelasting over worden betaald. In sommige stichtingen worden daarnaast nog algemene vergoedingen gegeven, uiteenlopend van enkele honderden guldens tot een veelvoud daarvan. Fiscaal worden de bestuursleden nogal eens tegemoetgekomen door deze bedragen ook nog eens te bruteren, of netto uit te keren. Daar kunnen serieuze problemen met de fiscus door ontstaan voor zowel de betrokkenen als de stichting zelf. Dat komt onder andere doordat de af te dragen premies en sociale lasten mede afhankelijk zijn van het totale inkomen van elke bestuurder afzonderlijk. Administratief geeft dat voor de stichting een enorme heisa. Het verdient dus aanbeveling tevoren een fiscalist te raadplegen.
Ten tweede de omvang van de beloning. Het is goed je te realiseren dat het nooit genoeg is. De accountant die ook penningmeester in de stichting is, zal nooit zijn uurtarief kunnen declareren. Je doet het voor het goede doel, voor de eer, voor de ervaring of wat dan ook. Je doet het niet voor het geld. Dan moet je een normale baan nemen. Je moet de beloning dus altijd enigszins symbolisch houden.
Ten derde de vraag wie er over de omvang van de vergoeding beslist. Het bestuur in de stichting heeft in beginsel alle macht. In de statuten is meestal niets over de vergoeding vermeld. Soms staat er dat uitsluitend onkostenvergoedingen kunnen worden gegeven. Het bestuur beslist dus over de omvang van zijn eigen vergoeding. Dat is potentieel een ‘conflict of interest’. Al gauw zullen buitenstaanders kunnen zeggen dat het bestuur zich ten koste van de veelal gesubsidieerde middelen verrijkt. Dat hoeft helemaal niet het geval te zijn, maar je moet die schijn vermijden. Dat kan door een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar een redelijke vergoeding. Daarbij wordt gekeken naar de omvang, omzet en het aantal personeelsleden in de stichting en ook naar de gemiddelde tijdbesteding voor de bestuursleden. In geval van een of meer vaste subsidiegevers is het verstandig om ook met deze donoren te overleggen. Overigens ligt dit bij een vereniging gemakkelijker omdat daar in beginsel de ledenvergadering beslist over de omvang van de bestuursvergoedingen.
Ten vierde de vraag of bestuurders die vanuit hun specifieke deskundigheid extra diensten aan de stichting aanbieden, voor het verrichten van die diensten wél marktconform beloond mogen worden. Dat mag inderdaad. De vraag is wel of het verstandig is. Ik vind van niet. Als de accountant-penningmeester de jaarrekening van de stichting opmaakt en daarvoor naast zijn bestuursvergoeding een afzonderlijke vergoeding krijgt, ontstaat er een conflict of interest. Wat moet je doen als er fouten in de jaarrekening staan? Is dat dan de fout van een bestuurslid (en dus van het hele bestuur) of de fout van een opdrachtnemer van het bestuur? Hetzelfde geldt voor de jurist in het bestuur en voor de loodgieter. Verrichten zij professionele werkzaamheden voor de stichting, dan moeten ze dat voor niets doen. De stichting kan anders beter een derde partij inhuren. Dat is duurder, maar duidelijker.
Ten vijfde de vraag of een bestuurder van een stichting ook werknemer in die stichting kan zijn. Dat is niet het geval. Daardoor zou namelijk een zeer onwenselijk conflict of interest ontstaan Een stichting kan wel een directeur hebben, maar die directeur is dan werknemer van de stichting. Het bestuur van de stichting heeft een werkgeversrol ten opzichte van de directeur. Je kunt niet tegelijkertijd werkgever en werknemer zijn. De directeur mag overigens wel een marktconform salaris hebben. Dan heb je de situatie dat de directeur/werknemer een heel veel grotere vergoeding ontvangt dan zijn bestuursleden. In het geval je dat onwenselijk vindt als bestuurslid (‘de directeur verdient veel meer dan ik, maar ik ben eigenlijk veel kundiger en ook nog eens zijn baas’), dan kan je het beste uittreden. Mensen met $-tekens in hun ogen kan je beter niet in je bestuur hebben. Voor het geld moeten ze een betaalde baan zoeken.

For. dr. F.B.M. Kunneman is senior partner bij advocatenkantoor VanEps Kunneman van Doorne en hoogleraar Corporate Governance aan de UoC.


Wilt u op ruim 8.000 kilometer van Nederland Nederlandse ochtend-krant bij het ontbijt niet missen? Lees dan de Caribische editie van DE TELEGRAAF
Telegraaf

Het ANTILLIAANS DAGBLAD is de enige lokale Nederlandstalige ochtendkrant van Curaçao, Bonaire, Aruba en Sint Maarten.

antdagblad-logo


Abonnee worden of voor meer informatie over losse verkoop en advertentiemogelijkheden: E-mail of fax: Naam, voorletter(s), straatnaam, huisnummer, telefoon en aanvangsdatum. Abonnementsprijs* is Naf 25,50 incl. OB (abonneren is alleen mogelijk op Curaçao).