Wat wil de Nederlandse premier Rutte (VVD), die ook voorzitter is van de koninkrijksregering, nu eigenlijk zeggen met zijn opmerking dat ‘een belletje’ genoeg is voor de Caribische (ei)landen van het Koninkrijk om een onafhankelijke staat te worden? Het enige waar de lokale politieke leiders voor zouden moeten zorgen is dat een meerderheid van de bevolking de onafhankelijkheid steunt. ,,Dan belt u even en dan kan het geregeld worden”, had Rutte gezegd. Hij voegde er zelfs aan toe dat de eilandelijke politici verbaasd hadden gereageerd. Terecht is er vrijwel onmiddellijk kritiek vanuit de Nederlandse oppositie. Welke boodschap wil Rutte hiermee uitdragen? Dat Curaçao, Aruba en Sint Maarten hem en de regering in Den Haag nauwelijks kunnen boeien? Of heeft hij al lang spijt van deze stoere praat, was het een slip of the tongue die nu wordt uitvergroot? Zo ja, zou het de Nederlandse regeringsleider niet misstaan om zijn woorden nader toe te lichten of te nuanceren. Het ‘telefoontje’ dat voldoende zou zijn om de staatsrechtelijke onafhankelijkheid ‘even te regelen’ staat in elk geval haaks op een andere uitspraak dat hij in de Cariben ‘samen geld wil gaan verdienen’; geld dat de bevolking ten goede moet komen. Dat begrip ‘samen’ duidt op een intentie om - langdurig en gemeend - als partners en in ieders voordeel iets op te bouwen. In zekere zin een doorbraak vanuit het perspectief van veel Nederlandse politici, die de voormalige Nederlandse Antillen te vaak en te eenzijdig beschouwen als een gebied waar weer een zak geld naar toe moet. Samen de boer op, samen de Latijns-Amerikaanse markt verkennen en er zaken mee doen. Met Willemstad en Oranjestad als springplank - ook voor het Nederlandse bedrijfsleven - naar dit opkomende deel van de wereld. Zo’n opmerking geeft de burger moed en reden tot optimisme. Jammer dat Rutte dit met een negatieve opmerking in één klap tenietdoet. Los van het sterke vermoeden dat de bondgenoten in de regio, met de Verenigde Staten voorop, niet graag zouden instemmen met onafhankelijke, relatief kwetsbare maar geografisch wel belangrijke ministaatjes voor de kust van Zuid-Amerika, is keer op keer duidelijk gebleken dat de bevolkingen de band met het Koninkrijk willen behouden. Het moet dan ook afgelopen zijn, over en weer, elkaar te choqueren met al dan niet verkapte dreigingen over het doorknippen van de relatie. Samen optrekken en zakendoen levert alle stakeholders veel meer resultaat op.