Analyse
Regeringspartij PAR heeft alle reden om kabinet-Whiteman bezorgde vragen te stellen over de toekomst van de Isla-raffinaderij, de status van exploitant PdVSA en van Venezuela - volledig eigenaar van de Venezolaanse staatsoliemaatschappij -, maar vooral ook de rol van ‘onze eigen’ MDPT. MDPT staat voor het Multidisciplinaire Projectteam dat speciaal werd opgericht in verband met de toekomst van de eeuwoude Curaçaose raffinaderij. Deze toekomst is op z’n zachtste gezegd onzeker. Sommigen zullen zeggen: zeer onzeker of misschien wel uiterst onzeker.
Het bestaande leasecontract tussen verhuurder overheidsvennootschap Refineria di Kòrsou (RdK) en Isla/PdVSA eindigt in 2019. Dat is zeker in termen van bijzonder complexe en kapitaalintensieve fabrieken als een raffinaderij (Isla) en de bijbehorende lucratieve olieterminal (Bullenbaai) slechts een fractie. Dat is, bij wijze van spreken, overmorgen. Werknemers noch bevolking hebben echter enig idee van wat hen boven het hoofd hangt; wat er vanaf 2019 gaat gebeuren of waar zij enigszins op mogen rekenen. De onzekerheid is intussen zelfs zo groot dat personeelsleden in vaste dienst niet meer automatisch in aanmerking komen voor een langetermijnlening of hypotheek van banken, aangezien deze doorgaans risico’s vermijdende financiële instellingen niet weten of de Isla-medewerkers over drie jaar nog wel werk hebben.
De objectief vast te stellen omstandigheden zijn bepaald niet gunstig. PdVSA kampt met aanzienlijke problemen en tekorten: financieel, materieel, qua expertise en aansturing. In eigen land draaien raffinaderijen soms op halve kracht of minder, als gevolg van structureel achtergebleven onderhoud en een gebrek aan middelen om te investeren. Als staatsorgaan valt de oliemaatschappij rechtstreeks onder het bewind van president Maduro, de aangewezen opvolger van wijlen Chávez die met zijn nationalisaties de economie heeft lamgelegd, en is PdVSA lang niet meer zo concurrerend als weleer. Eerder log, stuurloos en ongezond. Venezuela zelf is al jaren verwikkeld in een valutacrisis en heeft ondanks de natuurlijke olierijkdommen een gebrek aan alles. De buitengewoon lage wereldolieprijs, de massaal oprukkende alternatieve duurzame energie en de politieke instabiliteit in Caracas zorgen ervoor dat het buurland voorlopig niet snel uit deze malaise komt. Zo bezien lijkt PdVSA/Venezuela verre van de ideale partner, die bovendien heeft aangetoond zich weinig tot niets aan te trekken van (internationale) milieu- en gezondheidsnormen. Dat PdVSA, honderdprocent moedermaatschappij van Citgo, desondanks serieuze belangstelling lijkt te tonen voor de al een paar jaar geleden stilgelegde Valero-raffinaderij op Aruba is vooralsnog moeilijk uit te leggen. Of worden de zustereilanden Aruba en Curaçao op deze manier tegen elkaar uitgespeeld?
Het MDPT, door de huidige coalitie van PS/PAIS/PNP/Sulvaran en sinds een paar maanden aangevuld met PAR, biedt in deze duistere situatie tot nu toe weinig soelaas. Weliswaar reist MDPT-aanvoerder Werner Wiels de werelddelen af - hij verklaarde eerder publiekelijk op eigen kosten, maar dat valt te betwijfelen - en spreekt hij zo nu en dan geruststellende woorden over een toekomst van een op veel schoner, vloeibaar gas draaiende Isla. Maar concreet is het nog allerminst. Geen harde afspraken met of toezeggingen van vertrouwenwekkende financieel krachtige internationale partijen. Geen uitgewerkte plannen over een verantwoorde doorstart, laat staan een scenario over de ‘herontwikkeling’ van het gebied ten noorden van het Schottegat. Terwijl dit toch óók tot de opdracht van de ministerraad aan het MDPT behoort, verneemt de bevolking hierover al helemaal niets (meer). Dat is niet alleen jammer voor degenen die dromen van een Curaçao zónder raffinaderij in het hart van het eiland. Het is ook tactisch-strategisch in de onderhandelingen met PdVSA/Venezuela en de benaderingen van derden niet slim om niets ‘in de achterzak’ te hebben. Dat alternatief lijkt met het naderen van alweer medio 2016, en daarmee het snel dichterbij komende cruciale jaar 2019 en het ook al in opdracht van de politiek door RdK opgezegde huidige - voor Curaçao nadelige – leasecontract, essentiëler dan ooit.
Stilzitten en hopen op betere tijden is géén optie. Het MDPT móet transparanter. Is het niet naar het grote publiek toe, dan wel naar de Staten, al is het tenminste binnen het besloten/vertrouwelijke beraad van het zogeheten Seniorenconvent (Statenvoorzitter en fractieleiders) van het parlement. Het MDPT komt nu teveel over als een commissie waarin voorzitter Wiels als solist alles naar zichzelf toetrekt. De vraag die verder leeft is of de ingeschakelde adviseurs onafhankelijk zijn, dan wel aan PdVSA/Venezuela zijn gelieerd. En: hoeveel geld (miljoenen?) heeft het MDPT inmiddels besteed? Dat PAR, nota bene als coalitiepartner van de regering Whiteman, ten aanzien van het MDPT de noodklok moet luiden en meer openheid van zaken vraagt, moet de burger wat dat betreft aan het denken zetten. De toekomst van Isla en daarmee van Curaçao mag géén ‘one-man-show’ zijn.